Er zijn eurobankbiljetten in zeven coupures: €5, €10, €20, €50, €100, €200 en €500. In Nederland worden overigens de grotere coupures vanaf 100 euro op maar weinig plaatsen geaccepteerd.

Bankbiljetten worden van speciaal papier gemaakt

Bankbiljetten worden van speciaal papier gemaakt. Papier dat niet zo snel scheurt. Hierop worden het watermerk, folie, de goudkleurige baan en een veiligheidsdraad aangebracht. Daarna worden de biljetten aan beide kanten bedrukt met voelbare inkt en van nummers voorzien. Ieder bankbiljet heeft zijn eigen serienummer. Dit is een combinatie van letters en cijfers. Aan de eerste letter kun je zien in welk land het bankbiljet is gemaakt. Alle bankbiljetten met de letter P komen uit Nederland. Als de vellen tot bankbiljetten zijn gesneden, zijn ze klaar om naar de Nederlandse Bank te worden gebracht. De Nederlandse Bank verdeelt vervolgens het geld onder de banken en pinautomaten. 

 

En hoe zie je of het geld 'echt' is?

De Nederlandse Bank is een hele bijzondere bank, want het is de enige bank in Nederland die bankbiljetten mag laten drukken. In deze video krijg je tips van de Nederlandse bank hoe je kunt zien of een bankbiljet echt of namaak is.