10 Momenten die iedereen tegenkomt als je Nederlands aan het leren bent

1

Dat moment waarop je denkt dat je een heel goede zin in het Nederlands hebt gemaakt, maar dan ondekt dat het lidwoord fout is! ‘De’ of ‘het’, who cares!

2

Dat moment waarop je naar kinderprogramma's zit te kijken, alles snapt en denkt: "Ik ben nu echt Nederlander!" Lang leve het Jeugdjournaal!

3

Dat moment waarop je denkt "ik ben klaar met Nederlands leren". En dan verhuis je, of reis je naar de andere kant van het land, waar de G anders wordt uitgesproken. Moet je het allemaal opnieuw gaan leren! 

4

Dat moment waarop Nederlanders je soms aankijken alsof je gek bent, als je iets probeert uit te leggen in het Nederlands.

5

Dat moment waarop je je realiseert dat de Nederlandse taal wel heel veel uitdrukkingen heeft. Je vraagt je soms af of de Nederlander met wie je praat het nog over hetzelfde onderwerp heeft, totdat je denkt: "Aha, hij gebruikt een uitdrukking." 

6

Dat moment waarop je het gevoel krijgt dat je sneller moet praten om de aandacht vast te houden van Nederlanders. Maar je wilt geen fouten maken. Hoe dan?

7

Dat moment waarop je een nieuw woord in het woordenboek wilt opzoeken, en dan 12 verschillende betekenissen krijgt! Bijvoorbeeld 'voorkomen', dat woord heeft 12 verschillende betekenissen. Niet te doen!

8

Dat moment waarop Nederlanders heel snel terug gaan praten tegen je, als ze merken dat je een beetje Nederlands verstaat. Rustig aan!

9

Dat moment waarop je iets wilt zeggen zoals ‘keuken’, maar vanwege de klinkers klinkt het als ‘koken’! Nee, dat is niet wat ik bedoel!

10

Dat moment waarop je een voorzetsel wilt gebruiken, maar echt niet weet wat het juiste voorzetsel is? Naar de keuken, in de keuken of voor de keuken? Het zal wel!