Het onzichtbare verdriet van Syrië

, Hans Jaap Melissen

Er is in Syrië veel zíchtbaar verdriet: volle ziekenhuizen, volle begraafplaatsen, vluchtelingen in koude tentenkampen. Maar er schuilt ook een groot, meer onzichtbaar verdriet, in huizen die niet beschadigd zijn, maar waarin toch gaten zijn geslagen. Het zijn de huizen van de achterblijvers. Ouders die al hun kinderen naar het buitenland hebben zien vertrekken. Of jonge mensen die aarzelen, moet ik hen achterna, of blijf ik toch nog in Syrië?

Nadia

Al gauw komen de tranen als er een Nederlandse verslaggever bij hen over de vloer is. “Nu jij hier bent, voelt het net of er ook een stukje van mijn eigen kinderen is teruggekomen.” Vijf volwassen kinderen hebben Nadia en Serop en geen één is er nog in Syrië. Drie zijn in Nederland, een in Duitsland en een in Australië. Ze hebben hun kinderen tussen de vijf en zeven jaar niet meer gezien. Ja, er is whatsapp, maar dat is voor hen niet genoeg. “We zouden heel graag op bezoek gaan in Nederland, gewoon voor een maand, maar dat gaat niet.” Nederlandse visa worden namelijk niet makkelijk verstrekt.

Ze hopen dat hun kinderen binnenkort hen zullen opzoeken. Ook een tante, Saideh, hoopt dat. Ze trok vroeger veel met har nichtjes en neefjes op. De familie woont in Qamishli, ten oosten van het gebied waar onlangs de Turkse inval in Syrië plaatsvond. Ook zijn er in Qamishli autobommen ontploft, zelfs onlangs nog in hun straat. De kinderen bellen dan ongerust op. “Maar als er echt iets aan de hand is hier, dan valt meestal ook het internet uit,” zegt moeder Nadia.

Uiteraard zijn niet alle jonge mensen uit Syrië vertrokken. De 30-jarige Hogir is gebleven. Hij heeft de afgelopen jaren talloze familieleden zien vertrekken. Een broer en een oom wonen in Zweden. Ooms en tantes in Duitsland en in Zwitserland. Er is één oom achtergebleven en ook zijn ouders wonen nog hier. Dat families zo uit elkaar vallen, is heel pijnlijk vertelt Hogir. “Hier in Syrië is het sociale leven heel sterk. Vooral de familierelaties. Dat houdt mensen heel lang tegen om te vertrekken. In Europa is het leven veel individualistischer.”

"In Europa is het leven veel individualistischer.”

Hogir

Lang voelde hij zich verantwoordelijk voor zijn ouders, deels ook financieel, want Hogir heeft werk. Maar toch twijfelt hij al zolang als de Syrische oorlog duurt over vertrekken. “Ik probeer al jaren een studiebeurs te krijgen in het buitenland, maar dat lukt nog niet.”
Intussen is er nieuwe twijfel, nu hij van ooms in Duitsland terughoort dat ze moe zijn geworden van de Duitse cultuur. Ze passen er toch niet zo goed in. “Ze wonen wel bij elkaar in de buurt en zoeken elkaar op, maar ze blijven toch vluchtelingen. Al is het anders voor hun kinderen, die groeien daar op en hebben vrienden.”

Dora

Ook de 4 kinderen van het bejaarde echtpaar Dora en Daham in Amude zijn vertrokken. En allemaal naar Nederland, ruim voor de Syrische oorlog begon. Zelf zijn ze net een paar maanden terug na een avontuur van vijf jaar in Turkije, waar ze een appartement hadden vlak over de grens. Hun terugkeer naar Syrië lijkt ongelukkig getimed, want kort daarna viel Turkije hier binnen. Maar dat maakt hen niks uit. “Dat is meer naar het westen en ik heb altijd gedacht dat ze alleen dat stuk zouden innemen en niet hier in Amude zouden komen,” zegt Dora. Ze heeft dan ook geen spijt van hun terugkeer. “Ik ben zo gelukkig dat ik weer terug ben,” zegt ze, terwijl ze door hun groene tuin loopt waar de rozen bloeien.

Daham en Dora

Wat ze wel erg vinden is dat ze in al die jaren nooit naar Nederland hebben kunnen reizen. “We zijn in Ankara en Istanbul bij de Nederlandse ambassade en het consulaat geweest, maar wij krijgen geen visum. Wij willen helemaal niet daar wonen, gewoon alleen maar op bezoek. Waarom weigert de Nederlandse regering dat?”, verzucht Dora. Hun vijftigjarig huwelijksfeest is door de kinderen met elkaar gevierd, maar zonder hun ouders er bij. Ze haalt een grote groepsfoto tevoorschijn die toen is gemaakt. Kinderen en kleinkinderen lachen naar de camera, maar de jubilarissen zelf ontbreken.  

Foto's aan de muur

Ook bij Nadia en Serop in Qamishli staan en hangen overal foto’s van de kinderen. “Het is gewoon een groot verdriet dat ze niet hier zijn,” zegt moeder Nadia. Met spijt ziet ze het Nederlandse bezoek weer vertrekken. Maar het laat ook weer zien dat hun regio niet helemaal onbereikbaar is en dat geeft weer hoop. Voor alle achterblijvers geldt dat hun grootste droom is om ooit weer bij elkaar te zijn.