De bitterzoete herinneringen aan de grote stroom van Syrische vluchtelingen naar Nederland in 2015 zijn voorbij.

Hazem Darwiesh: redacteur bij Net in Nederland

Hazem Darwiesh: redacteur bij Net in Nederland

In een recent onderzoek uitgevoerd door het Nederlandse Rode Kruis, gaf 60 procent van de respondenten aan dat Syriërs naar hun land teruggestuurd zouden moeten worden. Ook al zegt 70 procent van hen zei dat Syrië nog steeds niet veilig is om naar terug te keren. Dit dubbele gevoel lijkt op de discussies over de tijdelijke verblijfsvergunning van Syriërs in media en politiek. Overal hoor je dat het niet langer noodzakelijk is dat Syriërs in Nederland blijven. Nu IS verslagen lijkt en de oorlog in Syrië ten einde is. Daarmee ontkennen zij dat president Assad nog steeds aan de macht is. De meerderheid van de Syriërs vluchtte juist voor zijn regime.

Tijdens de eerste twee jaar van de komst van Syrische vluchtelingen concentreerde de berichtgeving zich op de verschrikkingen van de oorlog in Syrië en het risico van de zeereizen naar Europa. En reportages met verhalen van dankbaarheid van de Syrische vluchtelingen voor de veilige haven die Nederland biedt. In die tijd wilde de Nederlandse regering al haar middelen inzetten om de integratie van Syriërs onder de Nederlandse bevolking te bevorderen. Veel Nederlanders meldden zich als vrijwilliger en hielpen vluchtelingen.

In de volgende twee jaar, van 2017 tot en met 2018, begon de overgrote meerderheid van deze Syriërs de taal te leren, te studeren of zelfs te werken. Hier lag de focus op het integratiebeleid: op de omvang van de activiteiten van de Syriërs en hun inspanningen om te integreren en voet aan de grond te krijgen in Nederland. Er verschenen maar een paar artikelen die vertelden hoe hard deze nieuwkomers in hun dagelijks leven worden geconfronteerd met problemen om hun leven van de grond af opnieuw op te bouwen.

Deze twee fasen lijken vandaag erg ver weg. Zelfs de Syriërs die hebben geprobeerd de 'goede Syriër' te zijn, door de taal te leren en zich aan te passen aan de Nederlandse gewoonten, zijn geschokt door de mate van publieke steun voor terugkeer naar Syrië.  Zij zijn bezorgd en angstig. Ze twijfelen aan het nut van alles wat ze hier opbouwen. Wat als ze daadwerkelijk worden teruggestuurd naar Syrië terwijl Assad de president blijft?

Maar wat hen echt ontgaat is dat de politieke en economische argumenten om ze in Nederland of Europa op te vangen, niet langer van kracht zijn. Zij waren, net als degenen die in de zee zijn verdronken of die onder vreselijke omstandigheden gedwongen zijn in de buurlanden te blijven, instrumenten die politiek en economisch door veel internationale partijen, en ook door Assad, werden gebruikt. Ze waren pionnen in een groter machtsspel.

Net aan het begin van deze maand zijn er twee aanklachten ingediend tegen de Syrische president en zijn regime bij het Internationaal Gerechtshof in Den Haag. Tegelijkertijd klinkt in veel Europese landen, ook in Nederland, het geluid van intellectuelen dat het nodig is om Assad weer te vertrouwen. Om hem te helpen een ‘stabiel Syrië’ op te bouwen. Dit om te voorkomen dat Europa nog meer vluchtelingen zou krijgen. En dat de vluchtelingen, nu het weer ‘veilig’ is, terug kunnen keren naar Syrië.

Assad lacht nu in zijn paleis in Damascus: zowel over de zaak bij het Internationaal Gerechtshof als over de gevluchte Syriërs en hun lot. Syrische vluchtelingen in Nederland zijn bezorgd. Zij zullen de prijs opnieuw betalen. Zullen zij de terugreis ook via een boot over de Egeïsche zee moeten maken?