Blijven Syriërs nog welkom in Turkije?

, Hazem Darwiesh

Enkele uren na de uitslag van de burgemeestersverkiezingen in Istanbul afgelopen zondagavond, was er op Turkse sociale media een golf oproepen aan Syriërs om het land te laten verlaten. Dit gebeurde na de overwinning van oppositiekandidaat Ekrem Imamoglu.

Deze golf gericht tegen Syriërs viel samen met de nederlaag van de door president Erdogan geleide AK partij. Deze partij heeft de deuren van Turkije na het uitbreken van de oorlog in Syrië in 2011 geopend voor meer dan drie en een half miljoen Syrische vluchtelingen.

De hashtag “Syriërs rot op” ging viral op Twitter na de verkiezingsuitslag. Duizenden Turken uitten onder deze hashtag hun opgekropte woede tegen de Syriërs in Turkije en de negatieve manifestaties van hun aanwezigheid in het land.

Een gespannen relatie

De relatie tussen Turken en Syriërs in Turkije is nu hooggespannen en onlangs verslechterd. Dit soort reacties en hashtags zijn volgens velen niet nieuw in Turkije. Ze zijn een prominent onderdeel van het imago dat de staat over de relatie tussen twee groepen weerspiegelt.

Veel Turken, zoals te lezen was in hun tweets, maken zich zorgen over het demografisch evenwicht in het land. Ze zien hoe de Syriërs veel kansen konden grijpen, terwijl de economische staat van Turkije niet rooskleurig is.

En terwijl de Syriërs in het land zijn onder de naam "gasten" en niet “vluchtelingen”, worden ze achtergesteld in vergelijking met de Turken. Ondanks al hun dagelijkse inspanningen om in hun levensonderhoud te voorzien en een leven in Turkije op te bouwen.

Het fanatieke nationalisme van het Turkse volk en het negatieve gedrag van sommige Syriërs dragen bij aan de spanningen tussen Turken en Syriërs in Turkije. Dat stelt Ahmad Primo, de directeur van Verify-Sy in Turkije.

Hij denkt echter dat de belangrijkste oorzaak van de spanningen is dat de meerderheid van de Syriërs niet geïntegreerd is in de Turkse samenleving. “Hetzij door de taal te leren of een baan te zoeken of zelfs maar op een systematische manier te werken waardoor Syriërs belasting betalen en privileges krijgen zoals elke andere Turkse burger.” Zo zegt hij in een verklaring aan Net In Nederland.

Leven in angst

Sinds de erkenning van de uitslag van de verkiezingen in Istanbul, leeft de meerderheid van de Syriërs in angst. Ze zijn bang door de toenemende dreigementen van de Turken van de oppositie om ze terug te brengen naar Syrië, vooral Syriërs in Istanbul.

De kandidaat van de winnende oppositie Imamoglu probeerde evenwichtig te zijn in zijn uitspraken over Syriërs in Turkije. In een uitspraak zei hij dat hij “een stem zal zijn die het lijden van de Syrische vluchtelingen in Turkije overbrengt naar internationale platforms om een snelle terugkeer naar hun land te verzekeren.”

De mogelijkheden om Syriërs naar hun land terug te sturen zijn aanwezig volgens Ahmad Primo.  Maar het zal geleidelijk en indirect zijn en het zal slechts enkelen raken. “Het aantal Syriërs dat de Turkse nationaliteit heeft neemt toe. Zij zullen niet worden teruggestuurd. Ook zullen velen als gevolg van de moeilijke levensomstandigheden wellicht kiezen voor vrijwillig terugkeren.” Aldus Primo.

Erdogan of Turkije

Aan de andere kant denken veel experts dat de situatie in Turkije voor Syriërs niet te vergelijken is met een aantal jaar geleden. Waar de regeringspartij van Erdogan de Syriërs verwelkomde en steunde, wijzen de oppositiepartijen hun aanwezigheid af.

“Nu is de positie van de regerende partij ten opzichte van Syrië veranderd. Idlib werd gebombardeerd door de sponsors van de Astana-overeenkomst, inclusief Turkije.” Dat stelt Karam Nashar, een Syrische journalist woonachtig Istanbul.

Nashar uitte zijn vreugde bij de overwinning van de oppositie in Istanbul. Hij is van mening dat deze overwinning goed voor Turkije is, en dat het geen bedreiging is voor het leven of de toekomst van de Syriërs in Turkije.

Volgens hem is Imamoglu’s positie ten opzichte van Syrische vluchtelingen goed en beter dan die van de traditionele oppositie. “Het is beter voor de Syriërs om niet te voelen dat ze alleen in Turkije kunnen doorgaan vanwege één partij of één persoon, maar vanwege het beleid van een staat op basis van internationaal recht en internationale normen met betrekking tot vluchtelingenrechten.”