De dialoog met het Syrische regime was de belangrijkste oplossing

, Geïnterviewd door: Somer Al Abdallah

Nikolaos van Dam werkte tussen 1988 en 2010 als ambassadeur in Irak, Egypte, Turkije, Duitsland, Indonesië en Azerbeidzjan. In 2015 en 2016 was hij de Nederlandse Speciaal Gezant voor. In 2011publiceerde hij “ The struggle for power in Syria” (4de editie) en in 2017 "Destroying a Nation: The Civil War in Syria." Net in Nederland sprak met hem over de toekomst van Syrië, waarom de westerse wereld de Syrische oppositie niet heeft gesteund, zijn leven in Syrië en zijn kijk op Syrische vluchtelingen in Nederland.

  1. Waarom heeft de Nederlandse regering niet deelgenomen aan een officiële verklaring over wat er in Idlib en Hama gebeurt. Vormt dit het bewijs dat Nederland en Europa geen hoop meer hebben om de oorlog in Syrië te stoppen en hun koppen in het zand steken?

- Ik spreek niet namens de Nederlandse regering, maar de Europese Hoge Commissaris voor Buitenlandse Politiek, Frederica Mogherini, heeft wel degelijk mede namens de Nederlandse regering de in Syrië strijdende partijen in Idlib en Noord-Hama, opgeroepen “zich te houden aan het internationaal humanitaire recht en om hulp te verzekeren aan alle mensen die daaraan behoefte hebben. Van het Syrische regime, Iran, Rusland en Turkije wordt verwacht dat ze de bescherming van de burgerbevolking zeker stellen. De EU steunt de oproep van Syriërs voor gerechtigheid en blijft actief om verlichting te brengen voor de bevolking van Syrië. De huidige vijandigheden tonen eens te meer aan dat er geen militaire oplossing is voor het conflict in Syrië. Daarom blijft de EU werken aan een inclusieve, werkelijke en alomvattende politieke transitie, overeenkomstig VN-Veiligheidsraadsresolutie 2254 en het Geneve Communiqué (2012).”

Mijn (retorische) tegenvraag is: zijn de Syriërs in Nederland (of elders) tevreden met deze verklaring? Goed bedoelde verklaringen alleen zullen immers niet zo veel helpen om de situatie ter plekke werkelijk te verbeteren als er verder geen actie aan verbonden is, net zoals dat het geval is geweest na de meeste eerdere westerse en Arabische verklaringen van de afgelopen acht jaar.

Idlib is het voornaamste nog bestaande bolwerk van de Syrische oppositiegroepen (naast andere delen in het noorden van Syrië). In Idlib zijn momenteel de voornaamste militaire oppositiegroepen geconcentreerd die elders in Syrië zijn verslagen door het regime. De meest radicale islamistische organisaties hebben er momenteel duidelijk de overhand, waaronder in de eerste plaats Hay’at Tahrir al-Sham (HTS, voorheen het met al-Qaeda gelieerde Jabhat al-Nusra). Islamistische organisaties als Ahrar al-Sham en Jaysh al-Islam hebben hier inmiddels veel aan macht ingeboet ten gunste van HTS, en groepen van het Vrije Syrische Leger zijn daar eveneens verzwakt. HTS (en al-Qaeda) kunnen worden beschouwd als vijanden van de westerse landen en ook van Turkije. Het moet dan ook niet worden verwacht dat deze landen het voor HTS zullen gaan opnemen tegen het Syrische regime.

Het Syrische regime zal blijven doorgaan met de militaire strijd totdat het ook Idlib geheel onder controle heeft, alle afspraken over tussentijdse wapenstilstanden ten spijt. Maar dit zal niet gemakkelijk zijn voor het regime, omdat ook Turkije en andere landen erbij betrokken zijn en daar hun favoriete strijdgroepen steunen. En de betrokken landen hebben weer verschillende strategische belangen, die voor hen belangrijker zijn dan de belangen van de Syrische bevolking.

Nederland en de lidstaten van de Europese Unie zijn niet in staat om de oorlog te stoppen, want dat zou grootscheepse militaire interventie vereisen en daartoe is geen enkel Europees land bereid; en de Verenigde Staten evenmin.

Europa wordt inderdaad getroffen door de gebeurtenissen in Syrië, vanwege de komst van grote aantallen vluchtelingen en terroristische aanslagen van IS. Europa (en andere westerse en Arabische landen) zouden zich beter helemaal niet met het conflict hebben kunnen bemoeien.  Dat heeft grote  negatieve gevolgen gehad voor de Syrische bevolking. De westerse regeringen gaven echter prioriteit aan wensdenken en moralistische principes boven realpolitik, met de huidige rampzalige situatie als indirect gevolg.

Als de Syrische Revolutie niet was uitgelopen op een regionale “war by proxy”, waarbij allerlei landen zich met de interne zaken in Syrië zijn gaan bemoeien, waaronder Iran, Rusland, de Verenigde Staten, Turkije, Saudi-Arabië en Qatar, dan lag het land nu niet zo in puin en zouden er vele malen minder doden en vluchtelingen zijn geweest.

2- In een interview in NRC-Handelsblad (2016) vertelde u: “Europa moet een andere politiek gaan voeren in Syrië. Vanaf het begin van de oorlog in 2011 hebben we gezegd: ‘President al-Assad moet weg.’ Met die ethische, idealistische keuze hebben we de Syrische oppositie hoop gegeven. Maar we hebben weinig gedaan om hen te helpen al-Assad weg te krijgen.” Uw opmerking geeft aanleiding tot veel vragen, zoals: waarom gaf het Westen de oppositie hoop en gaf het niet wat nodig was om al-Assad omver te werpen?

- Velen in het Westen steunden het doel van de vreedzaam georiënteerde Syrische oppositie om een pluralistische democratie te bewerkstelligen. Maar zoiets kon alleen worden bereikt wanneer de dictatuur van het Ba’thregime zou verdwijnen. Velen dachten dat het regime wel gemakkelijk zou vallen, nadat in 2011 ook de presidenten van Egypte en Tunesië waren afgetreden. De zogenaamde “Arabische Lente” werd dan ook door velen vanuit de westerse landen enthousiast gesteund, in de hoop dat ook in de Arabische landen democratieën zouden ontstaan, net zoals in Europa. Maar dat was erg naïef gedacht en duidde voor wat betreft Syrië op een groot gebrek aan kennis over het regime. Sommige wensdenkers dachten en hoopten dat President Bashar al-Assad vrijwillig zou aftreden en bereid zou zijn om het doodvonnis te tekenen van hemzelf en van de voornaamste aanhangers van zijn regime. Dit is niet gebeurd.

In de tweede editie van mijn boek The Struggle for Power in Syria, (1981) heb ik - dertig jaar voor de Syrische Revolutie -  al voorspeld dat er een heftig bloedbad zou ontstaan als men het Ba’thregime ten val zou willen brengen. En dat is ook gebeurd. En voor degenen die Syrië kenden was dat niet zo moeilijk te voorspellen.

Velen in het Westen weigerden te accepteren dat met een gebrek aan wil en een gebrek aan middelen slechts beperkte doelstellingen kunnen worden bereikt. Daardoor en door te blijven volharden in “ethische” en “politiek correcte” standpunten, bereikten de betrokken landen slechts dat de oorlog langer duurde, met uiteindelijk meer dan een half miljoen doden, meer dan tien miljoen vluchtelingen en het hele land in puin.

3- U pleit voor pragmatisme bij het omgaan met het Syrische regime, hetgeen betekent dat alle slachtoffers en vernietiging in Syrië door al-Assad voor niets zullen zijn geweest. Wat waren de voordelen van dit pragmatisme met Saddam Hussein en andere heersers in de regio? En waarom is dit pragmatisme bijvoorbeeld niet geactiveerd in Bosnië en Herzegovina?

- Vanaf het begin vond ik het beter een dialoog te voeren met het Syrische regime om een oplossing te bereiken. Een mislukte dialoog is beter dan een mislukte oorlog. De situatie is de afgelopen acht jaar echter drastisch veranderd zodat een werkelijke dialoog tussen het regime en de oppositiegroepen praktisch onmogelijk is geworden.

Belangrijk is ook hoeveel  levens dit alles heeft gekost (en nog steeds kost) en wat dit verder teweeg heeft gebracht aan vluchtelingen en materiële destructie. Natuurlijk is het regime misschien wel voor 90% verantwoordelijk voor de vele doden, vluchtelingen en vernietiging, maar daar schieten de betrokken families van de gedode en gesneuvelde mensen weinig mee op. Het desastreuze resultaat is minstens zo belangrijk als de schuldvraag.

Ook bij Pauw & Witteman heb ik (in 2012) gezegd dat dialoog de belangrikste oplossing was maar vertegenwoordigers van de Syrische oppositie vonden dat de Syrische president en de mensen van zijn regime met bloed aan de handen gewoon weg moesten. Op zich was dat natuurlijk een legitieme eis; maar was het ook een realistisch uitgangspunt gezien de bestaande machtsverhoudingen?

Veel slachtoffers van deze oorlog zijn eigenlijk “voor niets” zijn gevallen – en dat is een moeilijke constatering -  want de Syrische Revolutie is er uiteindelijk in het geheel niet in geslaagd zijn doelstellingen te verwezenlijken. Als de doelstelling van een democratisch en pluralistisch “nieuw Syrië” wel was bereikt, lag dit misschien anders.

Waarschijnlijk hebben wij hier een verschil van opvatting over het begrip “pragmatisme”. Het (onder valse voorwendselen) ten val brengen van het regime van President Saddam Hussein door de Amerikaans-Britse bezetting van Irak in 2003 was helemaal niet “pragmatisch”, omdat het er toe heeft geleid dat de Islamitische Staat en al-Qaeda konden opkomen in Irak en dat de invloed van Iran enorm is toegenomen in een groot deel van het Midden-Oosten, waaronder in Syrië. De Amerikanen en Britten hebben het tegenovergestelde bereikt van wat zij beoogden. Er zijn honderdduizenden Iraki’s omgekomen en het land is jarenlang in een bloedige oorlog verstrikt geraakt. In Libië, Afghanistan, Jemen en Iran is het niet anders geweest. Het is niet bepaald een recept om elders te herhalen, ook niet in Syrië.

En het verschil met Bosnië en Herzegovina is dat dit binnen Europa ligt, waardoor dit gebied de belangen van Europa directer raakt dan gebieden verder weg, zoals Syrië.

De zogenaamde “Arabische Lente” werd dan ook door velen vanuit de westerse landen enthousiast gesteund, in de hoop dat ook in de Arabische landen democratieën zouden ontstaan, net zoals in Europa

Nikolaos van Dam

4- Wanneer u de steun van Europa aan de oppositie associeert met de omverwerping van het regime, zou u zeggen dat de oppositie totaal niet succesvol is en niet zal slagen zonder steun van buitenaf, zoals in Irak is gebeurd. Is het eigenlijk een mislukte oppositie? Of was diens enige fout dat hij geen echte externe steun zeker stelde voordat hij de strijd tegen al-Assad aanging?

- Als je een leeuw wilt verslaan of doden, moet je er tevoren voor zorgen dat je sterker bent en beter bewapend om te voorkomen dat je zelf wordt verslagen of gedood. Zo’n scenario heeft zich in Syrië afgespeeld. Het enthousiasme van de Syrische demonstranten tegen het regime was vanaf het begin van de Syrische Revolutie in 2011 niet te stuiten, maar zij kwamen uiteindelijk bedrogen uit. Bovendien waren er allerlei groepen die minder vreedzaam waren en die gebruik maakten van de vreedzame demonstraties om hun eigen doelen te bereiken. De oppositie was verre van homogeen, en bestond uit een veelheid aan groepen, sommige vreedzaam, andere in het geheel niet. Tijdens de oorlog in Syrië hebben de islamistische radicalen uiteindelijk de overhand weten te krijgen aan de militaire oppositiezijde.  De Arabische Lente werd een bloedbad. Geen enkel land waar zo’n “Lente” zich heeft afgespeeld is er beter op geworden, eerder het tegendeel.

 

Als er wel voldoende buitenlandse militaire steun voor de Syrische oppositie was geweest, zou zich naar mijn inschatting een soortgelijk rampzalig scenario hebben voorgedaan als in andere landen waar buitenlandse militaire interventies hebben plaatsgevonden. Er zijn voorbeelden genoeg.  Bijvoorbeeld Afghanistan, Irak, Iran, Koeweit, Jemen en Libië.

Wellicht zijn er valse verwachtingen gewekt bij de Syrische oppositie, maar de oppositie heeft ook zelf valse verwachtingen gekoesterd door de politieke en militaire realiteit niet te erkennen.

 

5- Ik zou u deze vraag op een andere manier kunnen stellen. Denkt u dat de Syrische Revolutie verkeerd is? En waarom werkte het niet zoals de rest van de Arabische Lente-revoluties? De meeste daarvan waren niet afhankelijk van externe steun. En u kunt vandaag ook naar Algerije en Soedan kijken.

- De doelstellingen van de Syrische Revolutie zijn door de Syrische Hoge Raad voor de Onderhandelingen in Riyadh in 2016 als volgt omschreven: “een politiek systeem gebaseerd op democratie, pluralisme en burgerschap dat voorziet in gelijke rechten en plichten voor alle Syriërs zonder discriminatie op basis van kleur, geslacht, taal, etniciteit, mening, religie of ideologie.”

Deze doelstellingen onderschrijf ik volledig. Maar de vraag is of deze (idealistische) doelstellingen ook werkelijk konden worden verwezenlijkt. Het ontbrak de militaire oppositie-organisaties immers aan voldoende kracht en eensgezindheid om deze af te kunnen dwingen. Ook bij de civiele oppositie was sprake van grote versplintering. Ze hadden onvoldoende militaire dekking.  Zij zijn immers niet alleen grotendeels verslagen door het regime, maar zijn bovendien onderling te verdeeld geweest om gezamenlijk effectief te kunnen optreden. Doorslaggevend blijft wie de meeste macht heeft en wie het beste georganiseerd is.

Daarnaast zijn de islamistische groepen die de Riyadh-principes bij wijze van compromis hebben geaccepteerd, qua ideologie helemaal niet bereid om deze ook werkelijk uit te voeren wanneer het er echt op aan zou komen. Organisaties als de Syrische Moslim Broederschap, Ahrar al-Sham en Jaysh al-Islam hebben immers per definitie een ideologie waarin religieuze minderheden worden gediscrimineerd, ook al vinden deze organisaties dat zelf misschien van niet.

Naar mijn mening hebben alle Arabische Lente-revoluties gefaald. Alle betrokken landen zijn er nu veel erger aan toe dan daarvoor, met of zonder buitenlandse steun. Dat geldt ook voor Syrië. En de ontwikkelingen in Soedan en Algerije zijn nog niet duidelijk uitgekristalliseerd.

De hier genoemde doelstellingen van de Syrische Revolutie, zoals geformuleerd in Riyadh in 2015-16 (Nota Bene: pas vijf jaar na het begin van de Syrische Revolutie!) waren naar mijn mening zonder meer goed, zo niet uitstekend, maar het aangaan van een krachtmeting van de Revolutie met een sterker regime met als gevolg zo vele doden, vluchtelingen en vernietiging kan ik moeilijk anders bestempelen dan “verkeerd”, zo niet rampzalig. Het bloedbad was immers te voorspellen. De buitenlandse bemoeienissen hebben dit nog verergerd en er is niets goeds uit voortgekomen.

De gewapende oppositiegroepen die destijds grote delen van Syrië hebben ingenomen, waren ook niet steeds “uitgenodigd” door de mensen uit deze gebieden om hen zogenaamd “te komen bevrijden” van de dictatuur van het regime.   

Hoeveel onschuldige Syriërs zijn niet het slachtoffer geworden van deze oorlog. Voor mij persoonlijk is het resultaat van doorslaggevend belang. “Goede bedoelingen” alleen zijn niet voldoende.