Vluchtelingen beginnen hun leven in Nederland vaak met een schuld. Als iemand in Nederland eenmaal een verblijfsvergunning heeft, komt hij of zij in aanmerking voor subsidies en leningen. Veel statushouders lenen tienduizend euro bij DUO voor hun inburgeringscursus. Als deze cursus eindigt met een certificaat, is de vluchteling vrijgesteld van deze lening. Maar als het niet op tijd lukt om dit certificaat te halen, dan wordt de lening omgezet in een schuld. En in sommige gemeenten moeten ze ook het geld terugbetalen dat ze krijgen om hun nieuwe woning in te richten. Volgens VluchtelingenWerk Nederland (VWN) beginnen sommige vluchtelingenfamilies daardoor met een schuld van twaalfduizend euro. En slapeloze nachten.

Vluchtelingen ontvangen minimale overheidssteun. Ze krijgen wel hulp van vrijwilligers en medewerkers van bijvoorbeeld VluchtelingenWerk. Maar ze hebben een klein sociaal netwerk om tips uit te wisselen over de financiële systeem in Nederland. Bovendien speelt de taalbarrière een belangrijke rol bij het vergroten van hun financiële problemen. Ook als vluchtelingen al begonnen zijn met taallessen, is het niveau van de Nederlandse taal vaak niet voldoende om bijvoorbeeld belastingaangifte te doen. De meeste vluchtelingen begrijpen niet volledig hoe het financiële systeem in Nederland werkt. Daarom lijden velen van hen aan vertraging bij het betalen van wat zij  aan de belastingdienst of anderen moeten betalen. De Raad van State heeft uitspraken gedaan die allemaal de strekking hebben dat de Belastingdienst coulance moet tonen bij het terugvorderen van toeslagen in geval een vreemdeling of een vluchteling niet op de hoogte kon zijn van de schuld die terugbetaald moest worden. Staatssecretaris Mark Harbers die gaat over vreemdelingenzaken (Ministerie Justitie en Veiligheid) ziet geen aanleiding "de wettelijke kaders te wijzigen".

"Hun hoofd zit vaak al vol met problemen: hoe ze de taal moeten leren, hoe het met hun achtergebleven familie gaat. Als je dan ook nog schulden krijgt, stapelen de problemen zich helemaal op".

Léonine van Deutekom van VluchtelingenWerk Den Haag

In een artikel in het AD vertelt Léonine van Deutekom van VluchtelingenWerk Den Haag: "Hun hoofd zit vaak al vol met problemen: hoe ze de taal moeten leren, hoe het met hun achtergebleven familie gaat. Als je dan ook nog schulden krijgt, stapelen de problemen zich helemaal op. Ik schat in dat zeker tien procent van de vluchtelingen echt in de financiële problemen komt.” Andere schattingen wijzen er op dat een derde van de vluchtelingen de overheid nog steeds het geld schuldig is. Naast de leningen waar de vluchtelingen een deel van moeten terugbetalen.

Een vluchteling moet bijna alles zelf doen. Van het kopen van zijn meubilair, tot het inschrijven in een taalschool en het vinden van werk. Om dit dilemma op te lossen, stelt de minister Koolmees (SZW) de komende twee jaar 40 miljoen extra beschikbaar voor gemeenten, om nu al actief aan de slag te gaan met de begeleiding van statushouders bij hun inburgering en het leren van de Nederlandse taal. “Op dit moment ligt de regierol bij de inburgeraars zelf en zijn zij ook verantwoordelijk voor hun eigen inburgering. Met het nieuwe inburgeringstelsel komt deze regierol bij de gemeenten te liggen”, schrijft minister koolmees in een brief aan de Tweede kamer.