Koos van Dam: de toekomst van Syrië ziet er niet vreedzaam uit

, Geïnterviewd door: Somer Al Abdallah

Nikolaos van Dam werkte tussen 1988 en 2010 als ambassadeur in Irak, Egypte, Turkije, Duitsland, Indonesië en Azerbeidzjan. In 2015 en 2016 was hij de Nederlandse Speciaal Gezant. In 2011 publiceerde hij “The struggle for power in Syria” en in 2017 "Destroying a Nation: The Civil War in Syria." In dit tweede deel van het interview sprak Net in Nederland met hem over de toekomst van Syrië, en waarom hij denkt dat het Syrische regime geen sektarisch regime is. Ook spraken we over de mogelijkheid om Syrische vluchtelingen terug te sturen naar hun land, en zijn mening over die groep vluchtelingen in Nederland.

6- Bashar Al-Assad zei in een van zijn toespraken dat Syrië veel van zijn jeugd in de oorlog heeft verloren, maar een homogene samenleving heeft gewonnen. Veel Syriërs dachten dat hij doelde op een geslaagde poging in het  verdrijven van soennieten uit hun steden, in ruil voor een nieuwe demografische verandering die beter bij zijn doelstellingen past. Denkt u dit ook? En denkt u dat het Syrische regime een sektarisch regime is?

- Syrië heeft juist helemaal geen homogene samenleving, ook niet na zo veel jaren oorlog, maar blijft onverminderd een pluralistische maatschappij met een grote diversiteit. En deze diversiteit is ook een van de charmes van de Syrische bevolking. Maar waarschijnlijk zijn de verschillen door de oorlog meer geaccentueerd geraakt dan tevoren. Wel heeft de oorlog het “Syriër-zijn” versterkt, ongeacht de enorme tegenstellingen. De oorlog heeft zich immers afgespeeld binnen het kader van Syrië. Probleem daarbij is dat vele Syriërs weliswaar de territoriale integriteit en Syrische eenheid nastreven, maar dan wel het liefst een Syrië waarbij zij zelf de macht hebben. De bereidheid om daadwerkelijk de macht te delen met anderen is helaas geen veel voorkomend verschijnsel in Syrië, hoogstens op papier.

Ondanks het feit dat vele Soennieten uit hun woongebieden zijn gevlucht, is de meerderheid van de Syrische bevolking nog steeds Soennitisch. Bovendien zijn vele Soennieten tijdens de oorlog in Syrië uit veiligheidsoverwegingen ook naar de overwegend Alawitische kustprovincies Latakia en Tartus getrokken. Daarnaast zijn er ook vele Alawieten, Druzen, Isma’ilieten en Christenen naar elders gevlucht.

Het Syrische regime wordt op de sleutelposten grotendeels gedomineerd door personen uit de Alawitische minderheid (van ongeveer 10% van de bevolking), maar daardoor is het nog geen sektarisch regime. De Alawitische gemeenschap wordt immers net zo goed onderdrukt als andere religieuze of etnische gemeenschappen in Syrië. Uitzonderingen zijn hoogstens personen die gelieerd zijn met het regime, en daaronder bevinden zich niet alleen vele Alawieten, maar ook vele Soennieten, Druzen, enzovoort. In principe vertegenwoordigt een dictatuur niet de hele gemeenschap waaruit de dictatoren zelf voortkomen, maar slechts een kleinere groep daarvan.

Het reguliere Syrische leger vormt qua samenstelling overigens een afspiegeling van de Syrische maatschappij, en is daarmee overwegend Soennitisch. Alawieten bezetten, relatief gezien, echter de belangrijkste posten in het leger en de veiligheidsdiensten.

7- Hoe ziet u, als Syrië-expert, de toekomst van dit land?

- Het lijkt onvermijdelijk dat er in de toekomst hernieuwd verzet tegen het regime zal opkomen, ook wanneer President Bashar al-Assad alle mogelijke hervormingen zou doorvoeren. Daarvoor is er te veel bloed gevloeid. In hoeverre toekomstig verzet enige kans van slagen heeft, zal  sterk afhangen van wie het leger en de veiligheidsdiensten onder controle heeft en kan houden. De toekomst van Syrië ziet er allesbehalve vreedzaam uit.

Een militaire overwinning van het Syrische regime betekent geenszins dat er ook sprake is van een politieke oplossing.

Wat er ook gebeurt, uiteindelijk is vrijwel de gehele Syrische bevolking de dupe geworden van deze oorlog, of deze zich nu bevindt aan de kant van het regime of aan de kant van de oppositie.

Normalisering van de situatie in Syrië kan vanwege de ernstige aantasting van het verfijnde weefsel van de Syrische maatschappij nog generaties duren.

Bezoek aan Syrische vluchtelingen in het vluchtelingenkamp Za'tari in Jordanië (2015)

Bezoek aan Syrische vluchtelingen in het vluchtelingenkamp Za'tari in Jordanië (2015)

8- U was twee jaar lang de Nederlandse Speciale Gezant voor Syrië. Wat was uw taak precies? Heeft u al uw plannen in deze twee jaar kunnen verwezenlijken?

- Als Syrië-gezant was het niet mijn taak om mijn “eigen plannen” uit te voeren, maar die van de Nederlandse regering. Ik kon wel natuurlijk mijn persoonlijke adviezen uitbrengen aan de Minister van Buitenlandse Zaken, en dat heb ik ook vele malen gedaan in de vorm van analyses van de situatie, waarbij ik heb gewezen op mogelijkheden of onmogelijkheden voor het bereiken van een politieke oplossing voor het conflict.

Ik was verantwoordelijk voor de relaties met de Syrische politieke oppositie en gematigde groepen in brede zin, en voor aangelegenheden betreffende Syrië met derde landen, in het bijzonder “gelijkgezinde” landen en internationale organisaties zoals de Verenigde Naties en de Arabische Liga.

Deze contacten waren in eerste instantie gericht op de Syrische Oppositie Coalitie (SOC) gevestigd in Istanbul en de diverse met de SOC samenhangende instanties, waaronder de Syrische Interim-Regering. Daarnaast onderhield ik contacten met andere vreedzame Syrische oppositiegroepen en met een beperkt aantal groepen van het Vrije Syrische Leger.

Verder onderhield ik contacten over de Syrische oppositie en de politieke situatie en de intra-Syrische onderhandelingen (in Genève) over een oplossing voor het conflict, met sleutelspelers in het conflict, waaronder Turkije, Saudi-Arabië, Qatar, Egypte, Jordanië, Libanon, de Verenigde Staten, Groot-Brittannië, Duitsland, Frankrijk, de EU, Rusland en Iran. Daartoe heb ik de meeste van de betrokken landen bezocht voor nader overleg, met uitzondering van Damascus, aangezien Nederland geen contacten meer onderhield met het regime sinds de sluiting van onze ambassade daar.

Persoonlijk zag ik het als een van mijn belangrijkste taken om de Syrische oppositiegroepen van realistische adviezen te voorzien.

Verder coördineerde het Syrië-team vanuit Istanbul talrijke hulpprojecten voor Syriërs in gebieden onder controle van de oppositie en buiten Syrië. Daar is veel goeds uit voortgekomen.

Met mijn analyses over Syrië heb ik wel invloed gehad op het denken van de Minister van Buitenlandse Zaken over Syrië, maar zijn beleid is er niet door gewijzigd. Ik hoop dat de Syrische oppositie wat heeft gehad aan mijn adviezen. Ik heb herhaaldelijk tekenen van waardering van hen ontvangen.

Als u mij vraagt wat ik met dit alles in politieke zin heb bereikt, dan denk ik dat mijn invloed via de media groter is geweest dan op het officiële beleid van de betrokken landen en politieke groeperingen. Daarin is nauwelijks tot niets veranderd.

9- Heeft u nog steeds activiteiten en initiatieven in Syrië of voor Syrië?

 

- Ik houd van tijd tot tijd lezingen over Syrië, publiceer erover en word regelmatig over dit onderwerp geconsulteerd. Na de voltooiing van mijn termijn als Speciaal Gezant voor Syrië heb ik een boek gepubliceerd, waarin mijn ervaringen daarover zijn verwerkt. Het is getiteld: Destroying a Nation: The Civil War in Syria.  Het is inmiddels ook verschenen in het Arabisch onder de titel Tadmir Watan: al-Harb al-Ahliyah fi Suriya, en eveneens vertaald in andere talen. Verder heb ik een nieuw boek in voorbereiding over mijn ervaringen in dienst van het Ministerie van Buitenlandse Zaken (1975-2016), waarin een speciaal deel gewijd is aan Syrië.

 

10- Denkt u dat de diplomatieke betrekkingen tussen Nederland en Syrië binnenkort weer hersteld zullen worden? En zou Nederland een rol kunnen spelen in Syrië?

- Ik verwacht dat het nog lang zal duren voordat de diplomatieke betrekkingen tussen Nederland en Syrië geheel kunnen worden hersteld. Bij het huidige regime in Syrië kan Nederland nauwelijks tot geen rol spelen, al helemaal niet zo lang er geen sprake is van diplomatieke contacten.  Het is ook nog maar de vraag of het Syrische regime zelf bereid zou zijn om de diplomatieke betrekkingen te herstellen, omdat de Nederlandse regering jarenlang de kant heeft gekozen van de Syrische oppositie, waarvan met name de Syrische Oppositie Coalitie, die steeds uit is geweest op de val van het regime en de berechting van zijn kopstukken met bloed aan de handen.

 

Syrië heeft juist helemaal geen homogene samenleving, ook niet na zo veel jaren oorlog, maar blijft onverminderd een pluralistische maatschappij met een grote diversiteit.

Nikolaos van Dam

11- Hoe vaak heeft u Syrië bezocht en hoeveel jaar heeft u daar gewoond? Wat was uw eerste indruk toen u voor het eerst met Syriërs omging?

- Ik ben de tel kwijt geraakt van hoe vaak ik Syrië wel niet bezocht heb in de afgelopen halve eeuw.

Mijn eerste bezoek was in 1964, en ik was onmiddellijk zeer onder de indruk van de Syrische gastvrijheid en de warmte die ik heb ervaren in mijn contacten met de Syrische bevolking. Ook van de rijkheid aan de culturen en geschiedenis van Syrië was ik direct zeer onder de indruk. Deze eerste positieve kontakten waren beslissend voor mijn grote vriendschap en genegenheid jegens de Syriërs en mijn grote belangstelling voor het land. In 1970 heb ik in Damascus en Aleppo gewoond. Daar heb ik de grondslag gelegd voor mijn eerste studies over Syrië.

12- Zijn Syriërs in uw ervaring de laatste jaren veel veranderd in de omgang?

- De Syriërs zijn nog altijd even vriendelijk en gastvrij als tevoren. Het grote verschil is nu dat vele miljoenen Syriërs inmiddels zwaar zijn getraumatiseerd door de vele afgrijselijke ervaringen die zij hebben moeten ondergaan ten gevolge van de bloedige oorlog.

13- Hoe vindt u de Syriërs in Nederland? Kunnen ze iets nieuws toevoegen aan de Nederlandse samenleving?

- Ik heb slechts positieve ervaringen met de Syriërs die ik in Nederland heb ontmoet, maar ik ken natuurlijk lang niet iedereen. En misschien ben ik niet helemaal objectief op dit punt, gezien mijn grote sympathie voor de Syriërs in het algemeen. Ik ben er echter van overtuigd dat zij een verrijking kunnen betekenen voor de Nederlandse maatschappij.

 

14- U zei in uw boek The Struggle for Power in Syria dat sektarisme veel van de Syrische samenleving heeft beïnvloed. Denkt u dat sektarisme en bevooroordeelde etnische en religieuze voorkeuren de integratie van de Syriërs in Nederland zouden kunnen belemmeren? En waarom? Denkt u dat er andere obstakels zijn?

- In mijn boek The Struggle for Power in Syria ben ik in het bijzonder ingegaan op de rol van sektarisme, regionalisme en tribalisme bij de strijd om de politieke macht in Syrië binnen het regime zelf; dus tussen de Ba’thistische machthebbers onderling. Daarnaast ben ik op de sektarische dimensie ingegaan van moorden door de radicale al-Tala’i’ al-Muqatilah op Alawieten, en de opstand van de Syrische Moslim Broederschap in Hama (1982), en het bloedig neerslaan ervan door het regime, en de daaruit voorvloeiende sektarische polarisatie binnen delen van de Syrische maatschappij.

Ik denk niet dat de etnische en sektarische achtergronden een belangrijke rol zullen spelen bij de integratie van de Syriërs in Nederland, hoewel er natuurlijk wel onderling wantrouwen zal bestaan tussen personen die geacht worden het regime te steunen en tegenstanders ervan.

15- Is het mogelijk om de Syrische vluchtelingen naar hun land terug te sturen, zoals Thierry Baudet en Geert Wilders vragen?

- Voor vele Syrische vluchtelingen blijft hun land onveilig, zelfs al zou de oorlog zijn afgelopen en er geen schot meer worden gelost. Het is vooral het regime dat het land voor vele Syriërs onveilig kan maken, vooral als het gaat om vermeende tegenstanders die zich de afgelopen jaren positief hebben uitgelaten over de Syrische Revolutie en negatief over het regime zelf. Alleen het tonen op de sociale media van de Syrische vlag met drie sterren in plaats van twee is daarvan al een voorbeeld.

Vluchtelingen die zich steeds positief hebben uitgelaten over het regime kunnen misschien gemakkelijker terugkeren naar Syrië, maar ook hun toekomst daar is niet helemaal zeker. Bovendien dienen zij bij terugkeer over inkomsten, werk en onderdak te kunnen beschikken en ook dat is verre van zeker.

16- Heeft u een specifieke boodschap aan de Syrische vluchtelingen in Nederland? En wat raad u ze aan?

- Ik heet de Syrische vluchtelingen in Nederland van harte welkom en kan hen slechts aanbevelen zo snel mogelijk goed Nederlands te leren, zich aan te passen aan de Nederlandse samenleving, werk te vinden in Nederland en om zo veel mogelijk tolerant te zijn tegenover andere Syriërs. Zelf sta ik positief tegenover de aanwezigheid van Syriërs in Nederland omdat ik hen over het algemeen sympathiek vind. Hoewel velen natuurlijk zo spoedig mogelijk zouden willen terugkeren naar hun land, zou ik hen willen aanbevelen zich er op in te stellen dat zij voor langere tijd in Nederland zullen blijven en er het beste van te maken in alle opzichten.