Ga je mee fietsen?

, Column door: Hazem Darwiesh

In onze familie in Aleppo, in de jaren 90, was een fiets niet iets voor ‘nette’ kinderen. Ik hoorde mijn vader vaak zeggen: “Alleen ‘straatkinderen’, wiens ouders niet goed voor hen zorgen, hebben een fiets.” Mijn vader was erg conservatief als het ging om contacten tussen ons en andere mensen in onze buurt en straat.

Hazem Darwiesh: redacteur bij Net in Nederland

Hazem Darwiesh: redacteur bij Net in Nederland

Mijn vader verafschuwde de fiets. Hij zag het als een mes dat ouders voor hun kinderen kopen om zichzelf te doden. Als hij een jongeman in de drukke straten van Aleppo zag fietsen tussen de auto’s en voetgangers, herhaalde hij steeds weer zijn mening.


De meeste families in Aleppo deelden in die tijd mijn vaders mening. Maar ze waren er wel, de kinderen en tieners met een fiets. Zij hadden hun ouders kunnen overtuigen om een fiets voor hen te kopen. Maar ze hielden dat fietsen niet lang vol. Soms werd de fiets ingenomen door hun ouders onder druk van familieleden en buren. Soms werd de tiener ouder en schaamde zich opeens voor zijn fiets. De ouderen, de rijken en anderen die aan de top van de Syrische sociale piramide zaten, hadden geen fiets en gaven ook niets om zo’n fiets. Tieners in Syrië fantaseerden en droomden liever over auto’s en motoren.

Daar waar ik opgroeide was er dus geen ruimte om te zeggen dat ik een fiets zou willen hebben. Niet thuis bij mijn vader en niet op school bij mijn vrienden. Hoewel ik toen al lang verlangde naar een fiets, durfde ik er niet over te praten. Wie durft aan zijn vader te vragen om voor hem een mes te kopen? Of hoe vertel je je tienervrienden over een fiets, als zij alleen over auto’s en motoren praten?

Onnodig om te zeggen dat er in Syrië, destijds en vandaag, geen ruimte was voor de fiets. Niet op de wegen, niet in de winkels en niet in de cultuur. En wie een fiets heeft, wordt zowel fietser als zijn eigen fietsenmaker. Hij zal dan ook dag en nacht bezig zijn met zijn fiets. Hij zal ook worden blootgesteld aan ongelukken, kneuzingen en botbreuken. Uiteindelijk zal hij de fiets in een opslagruimte zetten en vergeten dat hij er ooit een passie voor had.

 

“Het hele leven In Nederland speelt zich af op de fiets.”

Dit idee over fietsen bracht ik mee naar Istanbul en later naar Nederland. In Istanbul fietsen sommige Turken die zijn beïnvloed door de Europese cultuur langs de kustlijn van de Bosporus, gewoon voor de lol. In Nederland was het vanaf de eerste dag iets anders. Het was een culturele schok!

Bij de treinstations zijn allemaal plekken waar fietsers onbeperkt kunnen parkeren. De rivieroevers en de grachten in de steden staan vol met fietsen. Mensen op fietsen, oud en jong, een zwangere vrouw, een jonge man in stijlvolle kleding, een man met zijn kinderen, een tiener die een hand aan het stuur heeft en de andere hand op een bierkratje achter hem. Het hele leven speelt zich af op de fiets.

"Wanneer zal ik met mijn fiets naar een goede vriend gaan, zoals alle gewone mensen in dit land doen. Niet zoals een vluchteling die zijn verleden heeft verloren en niet weet hoe zijn toekomst eruit zal zijn."

In mijn eerste opvangplaats in Zwolle verbond ik de fiets in mijn gedachten met de gewone mensen van de stad die hun land niet hoeven te verlaten. De mensen die op de fiets naar hun dagelijkse afspraken en naar hun familie gaan. Toen vroeg ik mij af: wanneer zal ik ook mijn fiets in dit land hebben? Wanneer zal ik mijn fiets achter laten bij het station? Wanneer zal ik met mijn fiets naar een goede vriend gaan, zoals alle gewone mensen in dit land doen. Niet zoals een vluchteling die zijn verleden heeft verloren en niet weet hoe zijn toekomst eruit zal zijn.

In het AZC van Dronten moest ik zelf mijn boodschappen halen vanuit de nabijgelegen stad Kampen. Dus ik moest fietsen. Ik spaarde een klein bedrag en kocht een oude fiets met hulp van een Nederlandse vriendin. Ik kan nu er wel om lachen als ik me herinner hoe ik begon met fietsen en mijzelf blootstelde aan dodelijke ongelukken! Gelukkig liep het goed af.

"De fiets is voor mij een symbool van vrijheid geworden."

Later, toen ik goed kon fietsen, veranderde de situatie volledig. De fiets is voor mij een symbool van vrijheid geworden. En een middel om nieuwe plaatsen te ontdekken in steden als Dronten en Kampen, en van alles daar tussen in. En het mooiste is het als ik fiets langs de IJssel bij Kampen. Dan ben ik voor een tijdje een gewoon mens; niet langer de vluchteling die vreemd is van alles om hem heen.


Mijn relatie met de fiets is niet meer veranderd. Niet toen ik van het AZC naar mijn huis in Zwolle verhuisde, en ook niet toen ik een jaar geleden een nieuwe fiets kocht. Als ik ergens last van heb, ga ik naar beneden, pak mijn fiets en fiets weg. Dan kom ik tot rust.

Toen ik mijn geliefde ontmoette, was ons eerste uitje een fietstocht. Wanneer ik met de trein reis, kan ik niet wachten tot ik uit de trein stap en mijn fiets uit de fietsenstalling haal en door de straten van Zwolle naar mijn huis fiets. Om daar opnieuw  - net zoals de eerste keer – de gevoelens van vrijheid te beleven. Gevoelens die ik ooit eerder in dit land heb gekend, op de fiets. Ga je mee fietsen?