Heen en weer, kom ik ooit aan?

, Column door: Hazem Darwiesh

Op perron 6 van station Zwolle sta ik mijn handen te warmen aan mijn koffie terwijl ik wacht op de trein naar mijn werk in Hilversum.

Hazem Darwiesh: redacteur bij Net in Nederland

Hazem Darwiesh: redacteur bij Net in Nederland

Al bijna een jaar sta ik elke ochtend zo op dit perron. Ik beweeg mijn ogen tussen de klok op het bord boven mij en de verschillende perrons en treinen om mij heen. Ik kijk naar de trein die naar Groningen zal reizen. Meer dan een jaar bracht deze trein mij naar die stad, naar mijn geliefde, om de mooiste momenten van mijn leven te beleven. Ik kijk ook naar het spoor waar de trein naar Amsterdam straks komt. Vorig jaar heeft deze trein mij drie maanden lang gebracht naar de stad waar ik bij de NRC stage heb gelopen.

Als ik in de trein zit, kijk ik uit het raam naar de verschillende landschappen die voorbij komen. Brede velden, onbekende dieren en grote huizen die geen bewoners lijken te hebben. Ik heb geen band met de details die ik zie, behalve met het landschap aan de oevers van de IJssel. Wanneer de trein dit landschap passeert heb ik Zwolle verlaten. Ik ben niet meer thuis, ik rij het onzekere in. Ik denk terug naar de redenen waarom ik naar Nederland ben gekomen, en naar mijn vaderland dat ik heb achtergelaten. Ik vraag mij dan af, zal Nederland ooit op een dag écht mijn land worden? De trein brengt mij straks naar Hilversum, voor nu mijn bestemming. Zal de trein mij ooit naar mijn werkelijke bestemming brengen?

In de trein lijkt het leven minder ingewikkeld dan het in werkelijkheid is. Er is een afstand tussen mij, de mensen en de realiteit van hun dagelijkse leven. De oude man, die nu fietst in het bos waar ook de trein dwars doorheen rijdt, lijkt rustig. Hij maakt zich geen zorgen en heeft geen verplichtingen, noch in de trein, noch heen en weer tussen zijn bestemmingen.

“De trein biedt mij vrijheid, zelfs als deze denkbeeldig of gedeeltelijk is”

Ik vergelijk de rust van de oude man met de drukte van de dagelijkse reis tussen het verleden, het heden en de toekomst die ik in mijn hoofd doe, terwijl ik in de trein zit. Ik ben vanuit mijn verleden naar hier gevlucht, gedeeltelijk met de beruchte Macedonisch-Servische trein. Die zaaide angsten in mij die ik tot op de dag van vandaag met mij meedraag. En nu reis ik hier tussen verschillende bestemmingen, waar ik niet tevreden mee ben of niet bij hoor. En ik heb een onbekende toekomst. Wat zou deze toekomst zijn? Misschien ga ik terug? Maar waarheen?

Wie zit eigenlijk in een trein? Soms wil ik dat deze trein zijn reis eindeloos voortzet of op zijn minst totdat ik een bestemming bereik die ik fijn vind voor mezelf en voor mijn verlangens en angsten. De trein biedt mij vrijheid, zelfs als deze denkbeeldig of gedeeltelijk is. In principe kan iemand op de gewenste bestemming uitstappen en tussen bestemmingen overstappen. Maar het dagelijks leven steelt de mogelijke bestemmingen van je, en verplicht je om steeds terug te keren naar waar je al genoeg bent geweest. Dan ben je in een gevangenis, niet in een trein.

“In Syrië wonen of werken zeer weinig mensen ver van de stad waar ze zijn geboren”

In de trein heb ik niet echt het gevoel dat ik onderweg ben tussen twee bestemmingen, maar dat ik op een reis ben waarvan ik niet weet waar die zal eindigen. Misschien is het nog de asielreis? Vooral omdat ik in de trein heb ervaren hoe anderen naar mij kijken, hoe zij zich ten opzichte van mij gedragen, alsof ik anders ben. Ik ben iets of iemand die van ver weg naar dit land kwam en nu deze reis met hen deelt. Maar die niet bij hen hoort en niet gelijk aan hen is. 

Dit in tegenstelling tot wat ik dacht bij aankomst in dit land met de trein. Ik dacht toen dat als ik eenmaal in een trein zat, ik een normaal mens zou worden, zoals al die gewone mensen.

Ik heb het me altijd afgevraagd als ik overstap van trein: Al deze mensen op de perrons en in de treinen in dit kleine land, waar komen ze vandaan? Waar gaan ze naar toe? In Syrië wonen of werken zeer weinig mensen ver van de stad waar ze zijn geboren. Wie durft het paradijs van familie en kennissen te verlaten? Voor veel Nederlanders is reizen en verhuizen echter een manier van leven, om vrij van verschillende beperkingen te zijn en om hun ontevreden gevoelens te kalmeren.

“Deze trein brengt me niet terug naar Syrië, maar komt weldra aan in Zwolle. In de stad waar ik in elke straat een mooie herinnering heb die mij met dit land verbindt”

In het verhaal van de kleine prins wordt de prins verrast door het landschap van snelle treinen en het hijgen van mensen tussen stations en bestemmingen. De station medewerker vertelt hem dat niemand tevreden is met zijn woonplaats en op zoek blijft naar een bestemming die goed aanvoelt.

‘s Avonds, terwijl ik wacht tot de trein naar mijn stad terugkeert, denk ik aan dit verhaal en verlang ik naar het moment dat de trein op de Hanzebrug boven de IJssel aankomt en de conducteur aankondigt dat we op het punt staan in Zwolle te arriveren.

Alleen op dat moment kom ik van mijn angsten en zorgen af ondanks al mijn vermoeidheid.
Deze trein brengt me niet terug naar Syrië, maar komt weldra aan in Zwolle. In de stad waar ik in elke straat een mooie herinnering heb die mij met dit land verbindt. Een stad waar mijn inspanningen beloond zijn en waar ik een huisje deel met mijn geliefde. Elke dag kan ik daar veilig naar terugkomen.