Inkomensongelijkheid tussen allochtonen en autochtonen

, Somer Al Abdallah

Inkomensverschillen tussen allochtonen en autochtonen zijn de afgelopen vijftien jaar bijna niet afgenomen. Dat blijkt uit onderzoek van het Centraal Planbureau (CPB) over de inkomensongelijkheid tussen mensen met en zonder een migratieachtergrond in de periode 2003-20017.

Het CPB onderzocht alleen de ontwikkeling van inkomens van Nederlandse Turken, Marokkanen, Surinamers en Antillianen. Dit is nog niet mogelijk voor relatief nieuwe grote groepen migranten, zoals Polen en Syriërs.

 

Mensen met een Turkse, Marokkaanse, Surinaamse of Antilliaanse migratieachtergrond hebben ongeveer een kwart minder te besteden dan andere Nederlanders. Dit komt voornamelijk door verschillen in inkomsten uit arbeid. Mensen met een migratieachtergrond hebben minder betaald werk en verdienen minder per uur.  Mannen en vrouwen met een Antilliaanse migratieachtergrond verdienen gemiddeld 4 % minder. Vrouwen met een Turkse migratieachtergrond verdienen 29 % minder.

De inkomensverschillen tussen personen met en zonder migratieachtergrond lijken niet vanzelf te verdwijnen. Kinderen met een migratieachtergrond verdienen bij een gelijk ouderlijk inkomen immers gemiddeld minder

dan kinderen zonder migratieachtergrond. De getoonde relaties tussen het inkomen van kinderen en het inkomen van hun ouders suggereren dat inkomensverschillen over generaties dus niet zomaar verdwijnen.

Het belang van onderwijs:

Het opleidingsniveau verklaart veel van de inkomensverschillen tussen de groepen, volgens het CPB. “Het aandeel hoger opgeleiden onder personen met een migratieachtergrond stijgt, maar hetzelfde geldt voor personen zonder migratieachtergrond. Vooralsnog wordt het verschil in opleidingsniveau tussen personen met en zonder migratieachtergrond niet kleiner. Het verschil in arbeidsinkomen als gevolg van een verschil in opleidingsniveau blijft daarmee bestaan. Naast opleidingsniveau zijn er andere factoren van belang voor de inkomensverschillen, zoals studiekeuze, sociale netwerken, het type baan, culturele verschillen, verschillen in beheersing van de Nederlandse taal en discriminatie op de arbeidsmarkt.”

Egbert Jongen, programmaleider Arbeid bij het CPB en universitair hoofddocent economie aan de Universiteit van Leiden, zegt aan RTLZ: "Blijkbaar moeten we daar nog een extra inspanning leveren. Er zijn nog mogelijkheden om dat te verbeteren." Hij wil ook discriminatie en vooroordelen tegengaan. “We weten uit verschillende onderzoeken dat dat nog altijd een belangrijke rol speelt op de arbeidsmarkt."

Een veelbelovend beleid om de inkomensverschillen naar migratieachtergrond terug te dringen, richt zich op zowel onderwijs als de arbeidsmarkt. Internationaal onderzoek toont aan dat meer (gerichte) vroeg- en voorschoolse educatie, minder voortijdig schoolverlaten en het wegnemen van belemmeringen voor ‘stapelen’ uiteindelijk kunnen leiden tot betere arbeidsmarktuitkomsten voor personen met een migratieachtergrond. Personen met een migratieachtergrond zijn daarnaast geholpen met betere informatie over de arbeidsmarktperspectieven van studierichtingen, ondersteuning bij het vinden van stages, een kleiner verschil tussen flexibele en vaste contracten op de arbeidsmarkt en het bestrijden van discriminatie op de arbeidsmarkt.

Bronen:

https://www.cpb.nl/inkomensongelijkheid-naar-migratieachtergrond#

https://www.rtlz.nl/life/personal-finance/artikel/4742341/inkomensongelijkheid-allochtonen-autochtonen-cpb