In een klein huis in het hart van deze wereld staat een scherm met kleurrijke foto's van kerstrituelen, gevuld met sneeuw en vreugde. De foto’s komen samen met de kerstliedjes die gezongen worden door Fairuz. Het lijkt wel of zij een stem heeft uit de tijd van vóór de geboorte van Jezus.

De kerstliedjes vertellen over een kleine boom: “We versierden hem met klokken.” En ze luiden de geboorte van de zoon van God in: “De Koningen uit het oosten met hun met sneeuw bedekt kronen.”

Het scherm vult een ruime woonkamer. Dicht daarbij staat een kleine kaars onder een beeld van de Maagd die haar zoon vreugdevol vasthoudt, alsof dit gevoel niet zal veranderen of verdwijnen. Rechts van het scherm is een venster vochtig van de regennevel. De lichtjes van de kerstboom worden erin gereflecteerd. Onder de boom ligt een stervormige grot en er liggen cadeaus omwikkeld met gekleurd gestreept papier.

Door de versiering in het huis, de foto’s, de boom en het raam, voelen de bewoners de warmte van hun liefde voor elkaar en de zegen van de Koning in hun leven. Wie in vrede leeft met deze warmte en tevredenheid, zelfs al is het alleen op dit moment, ervaart door de geboorte van Jezus een belofte van God aan de kwetsbaren in dit leven, dat het evangelie uitkomt. En dat hun overwinning op de beproeving is vervuld. Anders kan het huis niet warm zijn. Wanneer de bewoners in de liefde en vreugde geloven kan het huis een teken zijn van hoop in een wereld vol pijn.

In het huis is er een enkele vraag: Waar zijn de mensen die deze kerst altijd versierden en vulden met hun gelach en gesprekken? Ze zouden de ruimtes van dit huis vullen en de lichten van de boom zouden in hun ogen schitteren. De klokken van middernachtmis op kerstavond zouden ook hun harten bereiken vanuit een nabijgelegen kerk.

In de stad staat in het midden een enorme verlichte kerstboom. Mensen lopen snel langs de boom terwijl ze zich tussen winkels verplaatsen en geschenken of vakantiebenodigdheden kopen. Ik laat mijn fiets achter bij de kaasboer en ga Nederlandse oliebollen voor mij en mijn vriend kopen. We eten ze op, en bekijken de kerstverlichting die de stad en de gezichten van de mensen vult. Het poedersuiker schudden we van ons gezicht.

Daarna gaan we griesmeel en pistache bij een Turkse winkel kopen om thuis dadelkoekjes te maken. Zonder dadelkoekjes is het niet echt kerst. Ook strooien we poedersuiker er overheen. Ik voel de liefde voor degene van wie ik houd. Dit is kerst. Hoe vaak dit jaar was ik zo moe dat ik met alles wilde stoppen? Maar toch stopte ik niet en nu is mijn kerst hier. Ik ben gelukkig en tevreden omdat ik heb doorgezet.

Thuis schijf ik de namen van mijn familieleden met een witte pen op het verlichte venster. Ik schrijf de naam van mijn broer die afgelopen maart stierf en zijn foto hang ik in de boom. Met de hoop dat zijn ziel in ons leven en deze kerst bij ons zal doorbrengen en dat zijn plek in mijn hart niet verloren zal gaan. Daarna bel ik mijn moeder om te vragen naar enkele details over het maken van dadelkoekjes die ik vorig jaar vergeten ben.

De regen slaat tegen het raam. Ik neem een kopje koffie kijk naar buiten naar de kleurrijke ramen van de buren en hun verlichte balkons. En ik bid dat de vrede van dit moment mij zal vergezellen naar een nieuwe geboorte op Kerstmis en kijk uit naar Kerstavond en het huis is vol vrienden. Fairuz zingt haar kerstliedjes nog: “Jij en ik bij een verlicht kerstboompje.”