Mardjan Seighali: ik kijk nooit naar de klok, ik geef zoveel als ik kan

, Hazem Darwiesh

Afgelopen zaterdag heeft de directeur van het UAF Mardjan Seighali in de Grote Kerk in Naarden de Comeniusprijs in ontvangst mogen nemen. Seighali (55) vluchtte in 1990 uit Iran en kreeg de prijs omdat ze “een enthousiast inspirator in de samenleving is”. Net In Nederland was welkom bij Mardjan thuis, en sprak haar uitgebreid over haar leven, werk en inspiratie.

Je hebt de Comeniusprijs gewonnen. Gefeliciteerd. Hoe zie jij deze prijs?

“Ik zie de Comeniusprijs als een eervolle prijs, die ik met trots en dankbaarheid in ontvangst neem. Ik zie het als een verantwoordelijkheid, maar ook als mogelijkheid, omdat je in de rij met andere winnaars een bepaalde status hebt. Ik hoop dat mijn stem zo meer gewicht in het politieke landschap krijgt.”

“Het vergt een ijzeren discipline”

Hoe ben je op dit punt gekomen?

“Zoals heel veel politieke vluchtelingen, die als ze hier in Nederland komen, een punt op de horizon zetten en zeggen: ‘ik wil worden zoals ik wil zijn’. Het komt niet vanzelf naar je toe, het is hard werken, het vergt een ijzeren discipline, om de moed te houden, te strijden, en vol te houden. Ik doe het met veel overgave, ik geloof in wat ik doe, ik hoop dat ik kan inspireren, dat is een cadeau van het leven, waar ik heel lang voor heb gestreden.”

Waar kom je vandaan?

“Ik kom oorspronkelijk uit Iran, maar ik leef hier al langer dan ik in Iran heb gewoond, ik ben in 1990 met twee kinderen van 2 en 5 en een koffer naar Nederland gekomen, en sindsdien probeer ik mijn kennis te verrijken. Ik heb het niet slecht, maar alles wat ik doe zit in mijn kennis en in mijn hart.”

“In Nederland is er altijd de kans om je verder te ontwikkelen”

Welke weg heb je afgelegd om te zijn zoals je nu bent?

“Ik denk zoals heel veel vluchtelingen doen, eerst de taal leren, dan de normen en waarden van deze samenleving te leren kennen, dan heb ik ervoor gekozen een opleiding te volgen, een opleiding die me zou verrijken maar ook zou passen bij mij; ik was 28 toen ik werd toegelaten bij onderwijs; ik heb op goed advies van een andere vluchteling ervoor gekozen om de Sociale Academie te doen, een Hbo-opleiding; gezien mijn leeftijd zou ik daar een stage doen en een theoretische basis krijgen. Ik wilde eigenlijk psychologie op de universiteit doen, maar hij zei me dat er hier zoveel psychologen zijn die geen werk hebben, dus kies dit pad, dat bij je past als je mensen wilt helpen. Zo heb ik mijn pad bewandeld, eerst op de Hogeschool van Amsterdam; daar heb ik mijn HBO diploma Maatschappelijke Dienstverlening gehaald. Na een tijdje heb ik een voortgezette opleiding gedaan, na het HBO-traject, als familietherapeut, en daarna heb ik ook een managementopleiding gedaan, en bedrijfskunde gedaan. Waarom ik dit zeg: toen ik hier wilde studeren dacht ik dat het mijn eerste en laatste kans was. Maar in Nederland is er altijd de kans om je verder te ontwikkelen. Ik zie het als een stappenplan: je moet eerst die opleiding afronden, dan kan je altijd weer verder gaan. Dat is wat ik ook altijd adviseer aan onze studenten.”

Wat is jouw kracht?

“Mijn kracht is om goed naar mensen te luisteren, en mijn oordeel uit te stellen. En verbinden, als je denkt dat twee partijen of mensen wat aan elkaar hebben, die met elkaar in contact te brengen. En op deze manier het beleid te beïnvloeden ten gunste van de positie van vluchtelingen in Nederland.”

 

“Het is niet belangrijk waar je wieg heeft gestaan, maar of je van betekenis bent.”

Over de Comenius prijs. Denk je dat Nederland je gebruikt als model om een goed voorbeeld te geven aan het publiek?

Ik denk dat de prijs oprecht aan mij is toegekend. Er zijn meerdere Nederlanders die Nederland hebben gemaakt, dan is het niet belangrijk waar je wieg heeft gestaan, maar of je van betekenis bent. Comenius is zelf een vluchteling geweest. Hij heeft uiteindelijk gekozen om hier naar Nederland te komen en hij is ook hier begraven. Hij wilde dat het onderwijs toegankelijk was voor iedereen, voor alle rangen en standen. Ik denk dat ik in die gedachte wel goed pas. Ik vind het niet erg als ze me als model gebruiken. Want zo kom ik er wel. Er moet iemand zijn die pionierend de grens verlegt. En wat jij zegt, dat je me als voorbeeld ziet, dat dat ook hoop geeft voor je eigen toekomst, dat hoor ik heel veel van studenten. Ze zeggen: als jij daar staat, kan het ons ook overkomen. Het geeft hoop aan mensen die niet in Nederland zijn geboren, maar hier keihard werken om iets te bereiken. Ik ben blij dat ik de weg kan vrijmaken voor de toekomstige generatie.

Wie heeft het succesverhaal van Mardjan nog meer nodig? Nederland of de vluchteling?

“Iedereen, meiden, dames, vrouwen, jongens, mannen, ongeacht waar je vandaan komt. Natuurlijk geef ik ook een voorbeeldfunctie voor vluchtelingen, die altijd op bepaalde onderdelen een achterstand hebben: de taal, de kennis, alles wat je je eigen moet maken. Ik hoop dat het wel een inspiratie is voor mensen die met een brede blik kijken naar de samenleving en naar de wereld.”

Wat gaf Nederland aan jou?

“De vrijheid. Nederland heeft mij de vrijheid gegeven, en de vrijheid heeft me de mogelijkheden gegeven me te ontwikkelen.”

En wat geef jij aan Nederland?

Ik geef aan Nederland door me er voor in te zetten. Ik geef door mijn bestuurlijke inzicht een bijdrage. Ik voel me inmiddels een Nederlander. Alles wat ik doe vind ik wel een belangrijke bijdrage. Dus ik hoop dat Nederland ook kan ontvangen wat ik geef. Mijn bijdrage is heel gering, maar dat moet me niet weerhouden om het te doen. Ik doe vrijwilligerswerk, ik zet mij bestuurlijk in voor bijvoorbeeld de Raad van Toezicht, de Raad van commissarissen. Zo probeer ik mijn bijdrage te geven. Ik vind het ook wel een burgerplicht.

“We professionaliseren ons”

Ben je tevreden over wat je aan het UAF hebt gegeven? Iedereen  begint met een baan met veel dromen, ben je tevreden over wat je nou hebt bereikt?

“Ik vind dat we een geweldige organisatie zijn, dat ik een heel leuk team heb, het zijn allemaal mensen die met gedrevenheid in het werk staan. Elke dag werken we er aan om beter te worden in ons werk; we professionaliseren ons. Ik ben er absoluut tevreden over. Het kan natuurlijk altijd beter, maar ik ben heel tevreden. En tevredenheid geeft ook een soort vrede in het leven. Als je alleen maar zegt dat het beter moet en aan het klagen gaat, dan verbitter je, verzuur je. Ik ben heel tevreden met wat we met z’n allen hebben neer kunnen zetten. Ik ben trots op het werk van mijn collega’s.”

“Ik voel me hier thuis”

Waar is na die lange reis jouw thuis? En wat is overgebleven van je thuisland?

“Nederland is mijn thuis. Wat is overgebleven van mijn thuisland is Mijn gastvrijheid, vind ik. Mijn manier van praten, zorgen dat er altijd synoniemen in zitten. Mijn liefde voor de natuur. Ik kom uit het noorden van het land. Als ik thuis kom, dan voel ik me ook thuis, hier. Het is een mengeling van een hele rustgevende omgeving met iets wat Perzisch uitstraalt, terwijl het wel ademt naar Nederland. In Nederland heb ik de vrijheid gekregen, waar ik voor streed. Dat is voor mij het belangrijkste: ik voel me hier thuis.”

Wanneer heb je dat gevoel gekregen? Hoe heb je dat gevoel opgebouwd?

“ Dat is een hele goede vraag. Je vergeet wel eens dat je in het begin heel erg heimwee had, je familie heel erg miste, net als je land; dat je er een beetje tussen hangt. Je wilt snel leren, omdat je denkt dat het regime valt, je wilt terug naar je eigen land, daar kan je van betekenis zijn. Dus van het begin af heb ik me er voor ingezet om de taal te leren, me op te leiden. Alles wat je je eigen hebt gemaakt, pakt niemand meer van je af. Het zit in je, in je hersenen, in je kennis. Het is een schat die niemand je kan afpakken. En het gevoel voor Nederland kwam denk ik na een jaar of tien, toen hoorde ik hier thuis, net als mijn kinderen. Ik kreeg ook vrienden. Ik ben me toen ook in de gemeente Almere gaan inzetten voor de plaatselijke politiek. Zo voelde ik me steeds meer onderdeel van dit land, waar ik heel erg van houd. Zo is het thuisgevoel denk ik heel erg gegroeid. Nu zijn de kinderen groot, de jongens zijn ook alleen hier opgegroeid. Dus ik kijk niet heel erg achterom, ik kijk vooruit.”

“De strijdlustigheid”

Op de website van het UAF lees ik dat je meisje bent van de school van de sjah. Je herinneringen aan die tijd zijn niet heel mooi, maar wat is er overgebleven van dat meisje?

“De strijdlustigheid. Ik wilde toen strijden voor gelijkheid, solidariteit, voor een vrij land. Dat heb ik niet daar kunnen krijgen, maar hier. Die strijdlustigheid en die sterke wil is overgebleven, maar je wordt ook ouder, en dan vind je een mooie innerlijke rust, maar een aantal zaken zijn er wel ingebrand, die krijg je er niet meer uit. Als 17-jarig meisje was ik een idealist en activist. Dat activistische ben ik misschien wat kwijt, als activist sta je op de barricade en zeg je wat je niet goed vindt. Dat is misschien veranderd, maar ik blijf scherp op de inhoud, en nou probeer ik samen te werken met anderen, om mijn doel te bereiken. Als je vecht voor een goede inburgeringswet, en die moet er komen, dan moet je niet alleen zeggen wat er niet deugt in de huidige of toekomstige wet, maar dat je wel iets aanreikt waarbij je zegt: en zo kan het beter. En zo een compromis vinden, wat ook heel erg Nederlands is. Ik heb ook hier geleerd om te polderen. Om een beetje iedereen tegemoet te komen.

Heb je nog dromen die je wilt bereiken?

Je hebt altijd nog dromen, doelen en wensen die je wilt bereiken. Mijn grootste wens op dit moment: de overheid is bezig met de nieuwe wet op de inburgering. De toegang tot onderwijs voor vluchtelingen, ongeacht de leeftijd, dus ook mensen ouder dan 30 jaar moet geregeld worden. De toegang tot onderwijs moet niet afhangen van in welke gemeente je terecht komt. Dus die gelijkheid in burgerschap, dat is mijn ultieme wens en droom om naar toe te werken