Afgelopen zaterdag was het, in tegenstelling tot de optimistische weersvoorspellingen, erg koud in Zwolle. Maar dat weerhield Marij er niet van om naar ons toe te komen en ons met haar auto naar roeien te brengen. Het was voor ons de eerste keer dat gingen roeien op een van de oevers van de rivier de IJssel die dichtbij Zwolle stroomt.

Hazem Darwiesh: redacteur bij Net in Nederland

Hazem Darwiesh: redacteur bij Net in Nederland

Roeien is misschien een gek idee voor een Syriër die nog maar een paar jaar geleden in Nederland is aangekomen. Maar ze zeggen toch elke dag dat we goed in dit land moeten integreren? Betekent een poging om roeien te leren niet dat we goed geïntegreerd zijn?

Bovendien, wie zou het afwijzen als Marij iets suggereert? Marij is een bron van vertrouwen en vertrouwdheid voor ons geworden in dit land. We zoeken haar en we vinden haar. We vragen haar en ze antwoordt ons. We vertellen haar over hoe wij ons hier voelen als vreemdeling. Over de moeilijke stappen die wij moeten zetten om onze levens op te bouwen. Zij luistert vanuit het hart en probeert ons te helpen.

Marij heeft geen extremistische kijk. Ze probeert er altijd een draai aan te geven. Ze probeert incidenten te duiden of gedrag te rechtvaardigen. Als ik blij ben met wat ik in Nederland heb bereikt, met de vrijheid en de veiligheid die ik heb gekregen, gunt Marij mij wat ik heb en wat Nederland mij heeft gegeven.

Maar als ik haar vertel over de moeilijke integratie, over de verschillen in aard en levensstijl, hoe we in Syrië zijn opgevoed en wat we in Nederland moeten proberen te bereiken, dan geeft ze mij een klopje op mijn schouder. Ze probeert voor mij een venster te zijn, zodat ik kan inademen wat ik mis van ons verre land en haar mensen.

Marij spreekt meestal niet te veel. Net zoals de meeste Nederlanders vindt zij het moeilijk om te praten, om haar gevoelens te uiten, om grenzen te overschrijden. Maar in haar ogen zie ik alles. Ik zag het vanaf het begin, toen zij twee jaar geleden begon als vrijwillige taaltrainer op de school waar ik Nederlands leerde.

Ze deed een enorme en oprechte poging om mijn uitspraak van de moeilijke fonetische klanken te verbeteren. Om de uitdrukkingen van de Nederlandse taal te begrijpen en te gebruiken. In die tijd was ik bang om dingen te zeggen. Om mijn verlangens in de Nederlandse taal te uiten. Maar samen met haar overwon ik mijn angst. Ik was niet langer bang om Syriër te zijn en om in spraak en expressie uit te drukken wat ik denk.

Marij gaf mij de emotionele en taalkundige ruimte om mezelf te zijn. Elke nieuwe linguïstische uitdrukking vertaalde ik voor haar naar het Aleppo van mijn jeugd, naar mijn verre oma en moeder. Ik vertaalde het naar herinneringen aan ons leven daar, van mijn jeugd tot de dag van mijn vlucht. En dan naar hoe ik hier leef en naar elke dag van mijn nieuwe leven hier.  Vervolgens antwoordt Marij mij vanuit haar hart. Zij ‘vertaalt’ wat ik haar verteld heb in het Nederlands. Zij leerde mij uit te drukken in het Nederlands wat ik in het Arabisch voel.

Marij is gefascineerd door mijn oma, haar leven, mijn verhalen over haar. Soms heb ik het gevoel dat ze graag met mij mee wil gaan om haar te ontmoeten en om een kop koffie te drinken met haar onder de jasmijnboom in de binnenplaats van haar huis in het oude Aleppo. Maar Marij weet heel goed dat mijn grootmoeder en haar koffie en Aleppo allemaal dingen zijn die as geworden zijn en dat er geen ruimte is voor haar terugkeer.

Dus zij probeert deze oma voor mij te zijn, of op zijn minst om naar mij te luisteren als ik over haar praat in mijn slechte Nederlands. Marij heeft geen perfecte Nederlandse taal nodig om mij te begrijpen. Zij begrijpt mij mijn uiterlijk, karakter, persoonlijkheid en de omstandigheden in mijn leven daar en nu hier.

Een paar maanden na het begin van onze kennismaking hielp Marij mij niet langer alleen met de taal, maar met alle aspecten van mijn leven hier. Bij het bewerken van mijn eerste artikelen, met de correspondentie met universiteiten, in pogingen om een baan te vinden. Zij hielp niet alleen mij,  maar ook mijn man. Dus ik heb nooit geaarzeld om haar als getuige te kiezen voor mijn bruiloft in de herfst van vorig jaar. Een van mijn mooiste herinneringen die mij zijn bijgebleven, is toen ze ons die dag - met mooi weer - in haar auto over de dijk van Zwolle naar Deventer reed. Daar liet zij ons achter aan de oever van de beroemde IJssel.

Ik betwijfel of ik zonder Marij zou hebben bereikt wat ik nu in Nederland ben. Zij is de hand die me naar voren drijft als ik moe ben. Zij legt mij de mogelijkheden uit en verhindert me om op moeilijke momenten te vallen door mij op te tillen. Vaak zoek ik haar in mijn donkere tijden en ze komt graag bij mij om mijn gevoel te verlichten als het in dit land lijkt alsof ik verdwaald ben in de woestijn. Marij heeft geen magische sleutel, maar haar aanwezigheid in ons leven is de magische sleutel. Marij is van onschatbare waarde.

Marij en ik zijn misschien het perfecte beeld van de integratie. Niemand kan veranderen wat hij is, zich schamen voor zijn cultuur. Integendeel, iedereen moet zichzelf blijven en van de ander horen over zijn cultuur. Dus we begrijpen wat meer, we ruiken en zien de gezichten van schoonheid in de andere cultuur. We verbreken de grenzen van zwart en wit en leven in grijs en in alle andere kleuren. We worden een spiegel van elkaar. Zonder projecties of vooroordelen.

Marij weet dat “ons leven in Nederland niet gemakkelijk is, het is geen vakantie”, zoals ze altijd zegt als ze voelt dat ik uitgeput ben. Maar de aanwezigheid van haar in ons leven stelt onze angsten gerust, ze klopt op onze schouders, helpt ons een beetje thuis te voelen en maakt onze integratie barmhartiger, eerlijker en menselijker.