Men stierf om mij heen, toch blijkt mijn leven door te gaan

, Column door: Hazem Darwiesh

Als kind van een gezin uit de hogere middenklasse in de jaren ‘90 in Aleppo, kende ik de ellende van de dood niet, totdat mijn oma besloot om een korte reis naar Egypte te maken. In die tijd hoorde ik vaak over neergestorte vliegtuigen. En ik vreesde dat het vliegtuig van mijn oma zou neerstorten. Dan zou ik de liefste persoon in de familie verliezen.

Hazem Darwiesh: redacteur bij Net in Nederland

Hazem Darwiesh: redacteur bij Net in Nederland

Mijn oma vertelde mij dat “de dood de enige zekerheid in het leven is”. En: “Wie mag blijven leven, niets kan hem laten sterven”, zoals wij vaak in Syrië herhalen. Ondanks dat ze mij dit liefdevol vertelde (terwijl mijn hoofd op haar schoot lag) ging ik tijdens haar afwezigheid elke dag in mijn kamertje bidden. Ik bad tot alle heiligen en ik smeekte hen om haar veilig naar mij te laten terugkeren. Mijn oma was mijn kleine veilige paradijs. Bij haar ontsnapte ik aan alles. Hoe zou ik haar dood kunnen verdragen?

Sinds de terugkeer van mijn oma, toen ik 11 jaar was, tot het begin van de oorlog in Aleppo, toen ik 29 was, maakte de dood mij niet zoveel uit. Ik zag het soms op het nieuws op de televisie of las het in de krant. Of tijdens de vieringen van Goede Vrijdag met de verdrietige liederen over Maria die onder het kruis om haar zoon Jezus rouwt terwijl “een dolk van verdriet in haar hart gaat”, zoals het koor in een van de bekendste gezangen van Fairouz zingt.

“De droefheid van mijn oma bracht het beeld van Maria onder het kruis en haar pijn bij mij op.”

Toen de oorlog bij mijn huis en ons gezin aankwam, werd ik doodsbang voor de dood. Toch bleef ik geloven dat “wie mag blijven leven, niets kan hem laten sterven”. Ondanks alles wilde ik niet vertrekken. Tot de dag dat mijn oom op het balkon van zijn huis werd neergeschoten en stierf. De familie zei dat ik mijn oma moest laten weten dat mijn oom, haar zoon, dood was gegaan.

Ik was bedroefd door haar reactie. De droefheid van mijn oma bracht het beeld van Maria onder het kruis en haar pijn bij mij op. Toen besloot ik dat ik het land zou verlaten, net zoals mijn broer voor mij had gedaan. Ik kon de dood niet onder ogen komen als hij terugkwam.

Toch overleefde ik de dood. Eerst tijdens de reis van Aleppo naar Turkije. En later op de doodsboten tussen Turkije en Griekenland. Maar hoe meer ik alles overleefde, hoe meer ik te weten kwam over de dood en hoe zwaarder dit op mijn schouders rustte. Ik zag anderen om mij heen sterven, maar ik bleef overleven. Toen geloofde ik niet dat ik het overleefd had. Hoe kon ik verder leven terwijl de anderen dood waren?

“Het overleven lijkt echter meer op een leven in het vagevuur.”

Maar overleef ik echt? Zijn de anderen echt dood? Dat is een vraag die ik mij elke dag blijf stellen. Dit ondanks mijn geloof in leven na de dood. Op een plek mensen een leven zonder pijn en verdriet kunnen bereiken. Of waar ze hun reis van het leven kunnen voortzetten, op een andere plaats die mijn gedachten niet kan bevatten, alleen bij wijze van verbeelding en geloof.

Wat maakt het dat deze vragen zo krachtig en zo indringend zijn, dat ze me niet verlaten tijdens mijn werk, in de trein of in mijn slaap. De dood om mij heen stopt niet. Het aantal vluchtelingen dat de dood vindt in de Middellandse Zee neemt weer toe. En elke dag zijn er nieuwe sterfgevallen in Syrië. Mijn broer stierf afgelopen maart in Istanbul. De stad waar mijn broer en ik de Syrische oorlog hebben overleefd. Maar wat me later heel duidelijk werd is dat we deze niet echt hebben overleefd. Dat de oorlog die we ontvluchtte ook met ons mee vluchtte.

De dood van de anderen moet de mensen die het overleven, helpen om op zoek te gaan naar vrijheid, gerechtigheid en veiligheid. Eerst voor zichzelf, en daarna voor iedereen. Om de dood van die mensen een betekenis te geven.

Het overleven lijkt echter meer op een leven in het vagevuur. Waar we bedroefd zijn over wat we hebben verloren en niet weten waar we naartoe gaan. Maar het blijft een leven met hoop, waarin we ons verdriet betreuren over degenen die zijn gegaan. We leven nog in liefde. En in de nacht van Allerzielen steken wij een kaars op voor de zielen van de doden en voor de vrede in deze wereld.