Mijn nachtmerrie in het azc

, Column door: Hazem Darwiesh

Wanneer een vluchteling de grens naar Nederland overgaat, komt hij eigenlijk niet echt in Nederland aan. Hij komt aan bij een asielzoekerscentrum. Dit is logisch. Het is anders dan reizen van het ene land naar het andere om naar het huis van een vriend of een hotel te gaan. Want als je hier bent aangekomen na een asielreis, heb je veel geleden onderweg.

Hazem Darwiesh: redacteur bij Net in Nederland

Hazem Darwiesh: redacteur bij Net in Nederland

 

In principe ben ik hier een ongewenste gast en moet ik mijn recht bewijzen om hier te zijn. Het recht op asiel, een veilige plek. Vanaf het eerste moment dat ik in het tijdelijke asielzoekerscentrum in Ter Apel aankwam, voelde het alsof ik iemand was die een verblijfsvergunning kwam stelen, niet aanvragen.

Deze eerste ervaring in Ter Apel eindigde met een snel gesprek en een foto van mij. Maar het was het begin van een periode van anderhalf jaar tussen het tijdelijke kamp in Zwolle en het azc van Dronten. Ja, anderhalf jaar!

De reden dat het zo lang duurde is dat de COA medewerker die verantwoordelijk voor mij was, het verkeerde bestand naar de gemeente Zwolle had gestuurd, de stad waar ik op mijn huis zat te wachten. Dus bleef ik het hele jaar door in het centrum, wachtend op niets eigenlijk.

Toen een Nederlandse vriend van mij zelf contact met de gemeente opnam om naar het huis te vragen, bleek dat er een fout was gemaakt. Vervolgens heb ik het COA in het AZC Dronten gevraagd om de fout te aanpassen. Zo simpel bleek het te zijn. Wat betreft de periode van het verloren jaar, was het woord "sorry" voldoende.

Dit is niet mijn enige slechte ervaring met het COA. Bijna al mijn eigen ervaringen met COA waren niet fijn. In het tijdelijke kamp in Zwolle, waar honderden vluchtelingen van verschillende nationaliteiten in één hal woonden, slechts gescheiden door plastic platen in kamers, was de opvang iets beter. Maar de situatie was wel gespannen. Iedereen staat de hele dag tegenover iedereen en velen zijn bedreven in het buigen van hun spieren en het pesten van anderen.

“In alle kamers in het kamp was een of meer van hun kleine bijbels in het Arabisch te vinden.”

Ondertussen sloot het COA de deuren van het kamp voor veel mensen en opende het juist de deuren voor Jehova’s getuigen en hun activisten. Zij verspreidden hun evangeliën in het kamp en brachten vluchtelingen naar hun kerken om als hulp spullen te geven. Ze organiseerden binnen en buiten het kamp verschillende activiteiten om vluchtelingen bij te staan, maar later begonnen ze te prediken. In alle kamers in het kamp was een of meer van hun kleine bijbels in het Arabisch te vinden.

Toen dit kamp gesloten werd, brachten ze mij naar het nabijgelegen asielcentrum in Dronten. Ik herinner me hoe gelukkig ik was toen ik in het centrum aankwam en de posters zag met de leefregels in het centrum bij het receptie. Verschillen, zo las ik op de posters, zijn welkom. Met respect voor alle mensen hier. Iedereen kan zichzelf zijn, vrij en veilig. Het COA zal iedereen dienen en helpen. Later zou ik ontdekken dat dit toch wat tegenviel. Kwetsbare vluchtelingen moeten zich hieraan aanpassen!

Zelfs als ik niet kon slapen omdat mijn huisgenoten pas om vijf uur 's ochtends stopten met roken of wanneer iemand mijn bed met urine had gevuld, werd mijn klachten niet gehoord. Later zou ik worden overgebracht naar een andere kamer. Die moest ik delen met de meest prominente drugspromotor van de opvang. Hij nodigde al zijn klanten uit om te komen kaarten en te drinken tot het ochtendgloren. Het leek meer op een bar dan op een kamer!

“Dit alles zorgde bij mij voor eindeloze nachtmerries. In feite was mijn hele verblijf in het asielcentrum een grote nachtmerrie.”

Dit alles zorgde bij mij voor eindeloze nachtmerries. De lange lege dagen werden gevuld met lezen en later met het leren van Nederlandse taal op de school van het azc. In feite was mijn hele verblijf in het asielcentrum een grote nachtmerrie. Elke ochtend als ik wakker werd, liep ik vanuit mijn kamer naar het opvangcentrum om te zien of ik een brief had ontvangen waarin stond dat mijn huis in Zwolle was gelukt.

Ondertussen herinnerde ik mij het lijden van de vlucht en de oorlog die ik had meegemaakt. Ik verlangde naar mijn geliefden die ik achtergelaten had. Ik vreesde voor een onzekere toekomst in een land waar je niets anders kent dan het asielcentrum.

Ik moest terugdenken aan mijn tijd in het azc toen ik las over de Open azc dag. Nederlanders zullen mijn nachtmerries niet zien. Wel zien ze nette kamers, lachende gezichten en vriendelijke medewerkers. Misschien zullen ze denken dat een verblijf in een asielzoekerscentrum een luxe is. Maar na hun vertrek zal de glimlach van het gezicht van de asielzoekers verdwijnen, en komen hun angsten, zorgen en nachtmerries weer terug.