Mogen vrouwen in boerka nog over straat?

, Anne Gooren

Vanaf 1 augustus 2019 is het verboden om op bepaalde plaatsen te komen als je kleding draagt die je gezicht bedekt, of kleding die enkel de ogen onbedekt laat. Veel mensen hebben een mening over dit verbod. Sommige mensen vinden het een heel goed idee, andere mensen zijn het er sterk mee oneens. Maar wat houdt het eigenlijk precies in?

De wet die bekend staat als het boerkaverbod, heet officieel ‘Wet gedeeltelijk verbod gezichtsbedekkende kleding’. Dit verbod geldt dus niet alleen voor het dragen van een boerka. Ook het dragen van bijvoorbeeld een bivakmuts, masker, nikab of integraalhelm is dan verboden.

Waarom en door wie komt dit verbod er?

In Nederland is er al lang discussie over het dragen van gezichtsbedekkende kleding. Geert Wilders stelde in 2005 voor om het dragen van boerka’s in het openbaar te verbieden. De meerderheid van de Tweede Kamer stemde daar toen mee in. Het dragen van een boerka of nikab maakt het voor vrouwen moeilijker om te integreren, vonden de voorstanders. Maar er waren ook veel mensen die het er niet mee eens waren. Sommige mensen protesteerden omdat ze de wet discriminerend vonden. Uiteindelijk is een geheel verbod op het dragen van boerka’s niet doorgegaan.

Het voorstel voor de ‘Wet gedeeltelijk verbod gezichtsbedekkende kleding’ werd door minister Plasterk geschreven in 2015. Deze wet gaat niet alleen over het dragen van boerka’s: alle kleding die het gezicht bedekt is op bepaalde plaatsen verboden. De meerderheid van de Tweede Kamer stemde in 2016 voor deze wet. Daarna stemde in 2018 de Eerste Kamer ook voor. De wet is op 1 augustus 2019 ingaan.

Geen volledig verbod

Het is geen volledig verbod op het dragen van gezichtsbedekkende kleding. Het is een gedeeltelijk verbod, omdat het niet overal verboden is om zulke kleding te dragen.

De wet geldt voor plekken en situaties waar het noodzakelijk is dat je elkaar kunt herkennen en aankijken. Het is dan belangrijk dat het gezicht zichtbaar is. Op andere plekken en op straat is het toegestaan om gezichtsbedekkende kleding te dragen. De politie kan wel vragen om de gezichtsbedekkende kleding af te doen als dat nodig is voor identificatie.

Op welke plekken is het verboden?

Op de volgende plekken is het strafbaar om gezichtsbedekkende kleding te dragen:

  • Op alle onderwijsinstellingen, zoals de basisschool, middelbare school, universiteit, autorijschool, LOI, enzovoorts. Het verbod geldt hier voor zowel leraren als leerlingen.  Ook ouders en andere mensen die in het gebouw op bezoek komen mogen geen gezichtsbedekkende kleding dragen.
  • In het openbaar vervoer, dus in de bus, de trein, metro en de tram. Het verbod zal niet gelden voor veerboten en belbussen. Het verbod geldt ook niet bij de bushalte of op het treinstation.
  • In overheidsinstellingen, bijvoorbeeld de GGD, het UWV, de Tweede Kamer en het gemeentehuis.
  • Bij de meeste zorginstellingen, zoals de tandarts, de huisarts, het ziekenhuis. Het verbod geldt niet als zorg wordt verleend bij de cliënt thuis.

Uitzonderingen

Er zijn situaties waarin het dragen van gezichtsbedekkende kleding wel is toegestaan op deze locaties:

  • Bij het beoefenen van een sport zoals schermen;
  • Bij het uitvoeren van werk waarbij gezichtsbedekkende kleding noodzakelijk is, zoals een chirurg tijdens een operatie;
  • Bij speciale evenementen en feesten, bijvoorbeeld met carnaval.

Wat gebeurt er als iemand zich niet aan deze wet houdt?

Als deze wet wordt overtreden, kan men worden verzocht de gezichtsbedekking af te doen. Als de persoon weigert, kan de persoon worden gevraagd weg te gaan. Als ook dit wordt geweigerd, kan de politie worden ingeschakeld. De politie kan een geldboete geven. De geldboete bedraagt €150. Veel instellingen hebben echter aangegeven nog niet te weten of en op welke manier zij het verbod zullen handhaven.

“Alsof je een inbreker eerst vraagt of hij je huis wil verlaten.”

Geert Wilders

Handhaving

Sommige politici vinden de handhaving van de wet niet dwingend genoeg. Zo reageerde PVV-lijsttrekker Geert Wilders: "Dit is absoluut niet in de geest van de wet. Mensen eerst vragen of ze hun boerka af willen doen. Alsof je een inbreker eerst vraagt of hij je huis wil verlaten, of hij wel echt wilde inbreken." Ook het CDA en de VVD vinden dat er geen onduidelijkheid mag ontstaan over of de politie ingeschakeld moet worden.

Karima Rahmani van de werkgroep ‘Blijf van mijn niqaab af’ is ook bang dat onduidelijkheid over de handhaving voor problemen zal zorgen. “Ik vrees dat mensen het verbod als een vrijbrief zien om het heft in eigen handen te nemen. De buschauffeur zal ons niet uit de bus zetten, maar ik verwacht dat andere reizigers me zullen aanspreken en misschien zelfs voor eigen rechter gaan spelen.”

NIDA betaalt boetes

De door de islam geïnspireerde politieke partij NIDA vindt het verbod een inbreuk op de vrijheid van godsdienst. De partij biedt daarom aan om de boetes te betalen. Cemil Yilmaz is de lijsttrekker van NIDA in Den Haag. Hij zegt: “Hoe ver ook iemands manier van geloven van jou af staat, het is ieders individuele vrijheid om te kiezen welke kleding hij draagt.”