Ik open mijn ogen en zie het daglicht door het raam naar binnenkomen. Ik schuif het gordijn helemaal open naar de muur. Het zonlicht schaduwt de bladeren van de bomen.

Hazem Darwiesh: redacteur bij Net in Nederland

Hazem Darwiesh: redacteur bij Net in Nederland

Het is goed dat ik het daglicht zie; de nacht is voor mij weer voorbij. Gewoonlijk wordt ik ’s nachts vaak wakker. Maar toch overleef ik de wrede nachtmerries die mij meer dan eens achtervolgen.

Vannacht had ik een nieuwe nachtmerrie: een rechtse Nederlandse politicus komt naar mijn huis en beveelt mij om onmiddellijk naar mijn thuisland te vertrekken.

Misschien komt het doordat ik de avond er voor tot laat het nieuws op Twitter bleef volgen. Niet dat ik daar hartstochtelijk naar streef, maar dit is mijn werk. Ik moet overal van op de hoogte blijven. Is het echt ‘moeten’?

Het volgen van het nieuws maakte mij in het begin gelukkig. Met het nieuws integreerde ik in dit land, alsof het mijn land was. Maar later werkte dit ‘volgen’ soms ook verstikkend. Ik vrees dat conflicten en politieke schermutselingen ook hier tot een oorlog zullen leiden. Ik voel me erdoor bedreigd.

Voor hem die ooit ergens een oorlog heeft ervaren wordt het leven breekbaar. Hij kan de tijd niet meer vertrouwen. Zelfs als hij zijn planten water geeft, heeft hij een knoop in zijn maag en vraagt hij zich af of ook dit leven hier op een dag zal verdwijnen. Net zoals zijn leven in het verleden plotseling is geëindigd.

Voordat ik uit mijn bed kom, denk ik aan mijn partner. Ik geef hem een kusje op zijn voorhoofd, sta op  en ga een kopje Oosterse koffie zetten. Ondertussen bereid ik mijzelf voor om naar mijn werk in een nabijgelegen stad te gaan. Ik scheer mijn hoofdhaar, was mijn gezicht en poets mijn tanden. Ondertussen denk ik na over wat illusie is en wat werkelijkheid? Nachtmerries en angsten overdag? Of hand in hand met mijn geliefde in de trein, samen een weekend op reis naar Breda?

Ik vraag me af of ik echt wel koffie wil? Met mijn zware hoofd, mijn droge mond en de druk op mijn borst. Koffie zal daartegen niet werken. Ik doe de koffie terug in zijn doosje. Ik snijd een kleine citroen en zet een lichte thee. Dit is beter.

Ik sta in de keuken voor het raam naar het balkon. Het balkon staat vol met planten. Twee kanaries dansen in hun kooi. Met mijn ogen kijk in naar dit toneel. Maar mijn hart is bezorgd. Mijn geest is ver weg: in Istanbul.

Ik giet het kokende water in een mok en drink de thee op. Ik kleed mij aan. Hoe kom ik in Istanbul? Hoe kan ik de stad bezoeken waar mijn broer onder de grond is begraven. Toen ik deze stad drie jaar geleden verliet leefde mijn broer nog. Moet ik het graf bezoeken als ik aankom of moet ik het bezoek een paar dagen uitstellen? Wat zal ik hem vertellen? Hoe kan ik daarna de stad weer verlaten? Heb ik nog niet genoeg momenten van bitter afscheid verwerkt?

Ik verlaat het huis en fiets naar het treinstation. Ik adem de frisse lucht in. Ik bid in mijn hart en probeer het zonlicht op te vangen zodat het mijn bloed kan laten stoppen met de vele vragen en gedachten. Ik denk na over hoe ik meer dan drie jaar geleden uit Istanbul naar Nederland kwam. Hoe maak ik nu de tegenovergestelde reis? Ik heb alle dromen waarvoor ik kwam waargemaakt.  Maar als je broer zo ver weg sterft, zal dat lang op je schouders drukken.


Ik kom aan op het station. De verkoper in de kleine kiosk op het wachtplatform biedt mij de kop koffie gratis aan. Ik weet niet waarom. Vraag het ook niet. De trein is vol. Ik vind amper een plek op de trap. Even denk ik aan de drukte van Istanbul en Aleppo. Aan mijn broer die altijd vast zat in de drukte van Istanbul na zijn werk. Mijn moeder die thuis in Aleppo op mij wachtte. Ik ren weg van dit alles naar Twitter. Schrijf iets. Ik denk aan de ogen van mijn geliefde en aan mijn vrede met hem. Ik bel hem. Er is veel ellende aan mij voorbijgegaan de laatste jaren. Dit gaat ook over. Ik kom aan op mijn werk op deze laatste dag voor mijn vakantie. Ik begin met het schrijven van dit artikel en denk: deze wereld kan nog steeds mooi zijn. Morgen, wanneer ik naar Istanbul ga!