“Natuurkunde is mijn passie”

, Bibi Berenschot

Nabil Alaydi (39) komt uit Damascus en kwam in 2015 naar Nederland. In Syrië was hij natuurkundedocent en hij is hard op weg dat in Nederland weer te worden. Nabil doet mee aan het project ‘Statushouders voor de Klas,’ een samenwerking van het UAF, de gemeente Amsterdam en de Hogeschool van Amsterdam. Nieuwkomers met een achtergrond in de natuur- schei- of wiskunde worden zo opgeleid tot docent in Nederland. Bibi Berenschot sprak met Nabil over zijn werk.

Waarom ben je natuurkundeleraar geworden?

“Als kind dacht ik na over het heelal, over energie, over de zon. En op de middelbare school zag ik dat ik een goed cijfer voor natuurkunde had. Ik had de geheimen van de natuur ontdekt, dat vond ik een grote prestatie. En ik wil dat andere mensen begrijpen wat ik begrijp. Het is ingewikkelde stof, maar als je het begrijpt is het echt magisch. Ik heb goede communicatie met mensen, dus daarom ben ik docent geworden.”

Had je gelijk bedacht om weer natuurkundedocent te worden toen je in Nederland kwam?

“Sommige vrienden vertelden mij dat je vloeiend Nederlands moet spreken om docent te worden. Ik probeer het, maar het is nog niet perfect. Dus heb ik gekeken naar andere carrières, bijvoorbeeld koken. Ik heb een ondernemerschapscursus gedaan, zodat ik misschien mijn eigen werk kon maken, in een winkel bijvoorbeeld. Ja, ik heb aan veel dingen gedacht.”

“Maar toen vertelde iemand dat er een groot tekort is aan natuurkundeleraren in Nederland. Dus als ik vloeiend Nederlands leer praten, kan ik veel geld verdienen. Gelukkig was er het project met het UAF en de gemeente Amsterdam.”

“Ik zag het voorbij komen in een Facebook groep. Iemand deelde dat, en een Nederlandse vriendin tagde mij: ‘Dit is iets voor jou, Nabil.’ Ik heb me aangemeld en ik ben aangenomen.”

Nabil Alaydi

En wat houdt dit project in?

“Ik ga twee dagen per week naar de HvA (Hogeschool van Amsterdam), en ik krijg daar een dag taalles, en een dag pedagogische vakken. Ik krijg begeleiding van het UAF, de HvA en de gemeente Amsterdam. Wij zijn met 14 of 15 nieuwkomers, de meesten uit Syrië. Wij hebben dezelfde passie. Maar zij zijn allemaal wiskundedocenten, ik ben de enige natuurkundedocent.”

Je loopt nu toch ook stage?

“Ja, ik loop stage op het Amsterdams Lyceum. Het is een hele mooie school. Ik loop daar nu één jaar stage. Ik geef les aan VWO 2 en 3. Het is interessant en ook spannend, de eerste stage.”

Hoe heb je die stage gevonden?

“Door een oproep op Facebook. Ik zocht contact met collega’s, Nederlandse natuurkundedocenten. Ik kreeg vier reacties van natuurkundedocenten die mij wilden helpen. Eén van hen was Jonas. Wij hebben elkaar ontmoet in een café in Amsterdam en we werden vrienden. Ik vroeg hem of hij mij kon helpen met het vinden van een stage op zijn school, hij werkte op het Amsterdams Lyceum. Ik mocht aanwezig zijn bij één van zijn lessen om de kijken hoe dat gaat, ik heb gesolliciteerd en ik loop daar nu stage.”

En, hoe gaat het?

“Voor de eerste les was ik heel zenuwachtig. Het is een andere cultuur, andere leerlingen en pubers. Mijn taal was ook niet helemaal goed, mijn uitspraak was slecht. Het was moeilijk. Nu is het beter, maar nog niet perfect.”

“Ik heb mijzelf voorgesteld: ‘Ik kom uit Syrië, ik was daar docent en ik wil hier ook docent worden.’ En ja, sommige leerlingen keken naar mij van: ‘Ho, vluchteling, buitenlander.’ Maar ik probeer een vriendelijke relatie met hen te bouwen. De omgeving is meestal positief, en de leerlingen willen mij ook helpen als docent.”

“In Nederland is ook meer praktijk dan theorie. Ik praat de hele les in Syrië. Maar hier praat ik de helft van de tijd en de andere helft zijn de leerlingen bezig met opdrachten of met de praktijk.”

Nabil alaydi

Wat zijn verschillen tussen Nederland en Syrië als docent?

“Hier is de relatie tussen docent en leerling anders. Ze zijn bijna gelijk, als vrienden. In Syrië waren we vriendelijk, maar soms moesten wij heel streng worden. Ik vind het hier leuker. In Syrië hebben wij meer last van de leerlingen. Het is actie en reactie. Als jij heel streng bent dan is de reactie misschien ook gewelddadig. Hier speelt dat niet.

“In Nederland is ook meer praktijk dan theorie. Ik praat de hele les in Syrië. Maar hier praat ik de helft van de tijd en de andere helft zijn de leerlingen bezig met opdrachten of met de praktijk.”

Heb je tips voor nieuwkomers die werk zoeken in Nederland?

“Werk zoeken is nu makkelijker dan vroeger. Toen ik jonger was zocht mijn vader een baan. Hij ging naar de bedrijven en op de deur kloppen om iets over zichzelf te vertellen. Zo deed hij er misschien drie, vier per dag. Nu kan ik thuis op mijn laptop tien e-mails per uur versturen. Misschien krijg ik dan één of twee reacties. Dat is goed, misschien is één daarvan een kans voor mij. Dus mijn advies voor alle nieuwkomers in Nederland is: niet stoppen met werk zoeken via social media, LinkedIn en e-mails. Zorg voor een netwerk.”

Wat zijn je plannen voor de toekomst?

“Dit jaar loop ik nog stage, maar volgend jaar wil ik een betaalde baan, parttime. Want ik moet nog studeren tot ik mijn lesbevoegdheid heb. Daarna wordt ik docent. Maar ik plan niet alleen voor een baan, dat is de eerste stap. Ik moet waarde toevoegen in mijn vakgebied. Ik moet iets bijzonders maken voor leerlingen hier in Nederland en voor de leerlingen in de rest van wereld, ook in Syrië.”

Hoe wil je dat doen?

“Met YouTube kan je lesgeven in verschillende talen. Ik denk er ook over na om een boek te schrijven over eenvoudige natuurkunde voor een breed publiek. Mijn zoon vroeg mij: ‘Papa, hoe kan een vliegtuig vliegen?’ En ik kan dat uitleggen. Dat geeft mij echt een bijzonder gevoel. Het NEMO museum in Amsterdam is ook echt bijzonder. Dat wil ik misschien ook in Syrië openen. Dit is mijn passie, natuurkunde. En ik wil het delen met andere mensen.”