“We komen net uit Qamishli en gaan weer terug naar Duitsland.” Een ouder echtpaar, Ibrahim en Karima, dat bang is om meer dan hun voornamen te noemen, kwam een paar dagen voor de Turkse inval begon op familiebezoek in Noordoost Syrië. Ze staan nu bij de grenspost om via Irak naar huis te gaan. Woedend zijn ze. Verbijsterd ook. Verraden misschien nog wel het meest. “Wij hebben voor de hele wereld gevochten. En dan dit? Erdogan is een dictator en andere landen hebben ons aan hem verkocht. Kijk hoe het er nu hier bij ligt: alle steden lopen leeg. En waar moeten wij naartoe? Naar de hemel?”

Het echtpaar heeft nog een escape, terug naar Gelsenkirchen in Duitsland, waar ze al ruim twintig jaar wonen. “Maar of we hier ooit terug kunnen komen? We weten het niet.”

Verderop, net buiten de stad Derik, is de begrafenis aan de gang van Hevrin Khalaf. Deze Koerdische politica werd op een doorgaande weg ten westen van Qamishli uit haar gepantserde auto getrokken en geëxecuteerd door een Syrische Arabische militie die met de Turken meevecht. Op het terrein voor de begraafplaats staan drie kisten opgesteld, gewikkeld in de rood/geel/groene vlag van dit gebied. De andere twee kisten zijn van mannen die in haar gezelschap waren.

De dienst ontaardt in een soort demonstratie. In het publiek zijn veel gewapende strijders van de SDF, de door Koerden geleide militie die met de Amerikanen samen tegen IS heeft gevochten. Er wordt gezwaaid met vlaggen met daarop een grote foto van Ocalan, de leider van de PKK. De Turkse president Erdogan ziet de Syrische militie als een verlengstuk van deze PKK en wil hen vernietigen.

In de toespraken valt steeds het woord “fascisten” als het over Turkije gaat. Ook wordt gezworen de strijd tegen de Turken voort te zetten. De moeder van de vermoorde Hevrin noemt haar dochter een martelaar en gaat de menigte voor in het scanderen van leuzen ter ere van alle martelaren. 

Een vrouw, Bahar Hussein, bezoekt de dienst samen met haar dochter. “Ik ben zelf ook moeder van een martelaar. Mazloum heet hij.” Mazloum is bij de strijd tegen IS in Raqqa gestorven, 24 jaar jong. Zo’n 11.000 SDF strijders, mannen en vrouwen zijn de afgelopen jaren omgekomen.

Bahars echtgenoot en nog een andere zoon vechten nu zij aan zij in Ras al Ain, een plaats veel westelijker waar op dit moment zwaar om wordt gevochten. Heeft ze nog hoop op een goede afloop, waarbij een deel van de Koerdische regio intact blijft? “Mijn zoon Mazloum zei altijd dat we hier prima kunnen samenleven, Arabieren, Koerden en Christenen. Dat zou nog steeds moeten kunnen. En daar zullen we voor vechten.”

Terwijl het echtpaar dat terug wil naar Duitsland de papieren regelt, arriveert bij de grens een ambulance met daarin een gewonde man, Daleel (31). Hij wordt in een andere ambulance overgeheveld om naar een Iraaks ziekenhuis te gaan vanwege onder meer een zware wond aan zijn been. Zijn vrouw gaat huilend met twee kleine kinderen aan de hand ook het busje in.”Daleel is getroffen door een granaat van die Turkse schoften”, zegt een familielid. Een andere man die bij de ambulances kijkt zegt: “Trump is gek en alleen maar met geld bezig”.  

Maar wat moet er nu gebeuren, nu de Amerikanen ook nog eens gezegd hebben dat ze zich helemaal terugtrekken uit Syrië? Voor Ibrahim, die op het punt staat het land te verlaten, is een terugkeer van Assad, samen met de Russen geen optie. “We willen gewoon ons eigen land hebben. We zijn een volk. Misschien moet er een no-fly zone komen. Anders wordt het net als in Afrin.” Dat is een ander Koerdisch stukje Syrië dat in 2018 al door de Turken en bevriende milities is ingenomen.  

Intussen slaan steeds meer mensen op de vlucht. Niet het land uit, maar naar zuidelijker gebied, meer weg van de mogelijke zone van zo’n dertig kilometer die Erdogan graag in handen krijgt. Anderen hebben alles thuis al ingepakt. Ahmed (die ook al liever niet zijn echte naam geeft) heeft voor zijn familie al een huisje geregeld vlak bij de grens met Irak. Gas-cilinders, een plastic zeil, accu’s, voedsel en medicijnen staan klaar. Vanaf het dak van zijn huis kan hij de zon zien ondergaan terwijl het laatste licht op de Turkse dorpen en bergen een paar kilometer verderop valt.