De scheiding tussen kerk en staat

, Anne Gooren

De scheiding tussen kerk en staat. Daar heb je vast al eens van gehoord. Veel landen kennen een bepaalde scheiding tussen kerk en staat. Nederland ook. Maar waarom zijn er dan christelijke politieke partijen, zoals de ChristenUnie en de SGP? Dan zijn kerk en staat in de politiek toch niet gescheiden?

Hoe was dat vroeger?

Laten we eerst kijken naar hoe het er vroeger aan toe ging. Toen was er in Nederland nog geen sprake van een scheiding tussen kerk en staat. Koning Willem I wilde graag dat er één nationale, protestantse kerk zou zijn. Deze religie kreeg daardoor extra privileges en mensen die niet tot deze religie behoorden, voornamelijk katholieken, hadden juist minder vrijheden. Hierdoor waren de macht van de koning en de kerk met elkaar verweven.

In 1848 werd de Nederlandse Grondwet van Thorbecke ingevoerd. Daarin stond, in artikel 165, dat aan alle kerken gelijke bescherming moest worden gegeven door de staat. Er mochten geen privileges meer worden gegeven aan één specifieke religie: alle religies moesten voor de staat gelijk zijn. Doordat de staat geen voorrang meer gaf aan een religie, was er meer gelijkheid tussen de verschillende religies.

Hoe zit dat nu?

Tegenwoordig staat er in de Nederlandse Grondwet in artikel 6 dat iedereen het recht heeft om diens godsdienst of levensovertuiging vrij te belijden. Iedereen mag dus zelf kiezen op welke manier hij of zij vorm geeft aan zijn of haar godsdienst of levensovertuiging, zo lang een persoon de wet niet overtreed.

Met de scheiding tussen kerk en staat wordt in Nederland vooral bedoeld dat er een scheiding is tussen de macht van de religieuze instituties en de macht van de staat. Dit betekent ten eerste dat er geen religie is die een speciale behandeling van de overheid krijgt. Voor alle religies geldt dat zij zich aan de wet moeten houden. In Nederland is er geen religie die boven de wet staat. Ten tweede betekent dit dat de overheid geen macht heeft over religieuze kwesties van een persoon. De staat mag niemand dwingen om te bekeren. Iedereen heeft de vrijheid van godsdienst. Mensen zijn ook vrij om niet gelovig te zijn.

Hoe is het in Frankrijk?

In Frankrijk gaat de scheiding tussen kerk en staat nog een stap verder. De Franse staat wil neutraal ten opzichte van religies staan. Daarom zijn uitingen van religieuze overtuiging in het publieke domein verboden. Daarmee wordt bedoeld dat hoofddoeken, kruisjes, keppeltjes en andere religieuze symbolen in overheidsgebouwen en op scholen verboden zijn. Scholen met een religieuze inslag ontvangen geen overheidssubsidies. Kortom: godsdienst is in Frankrijk strikt een privé aangelegenheid. Politici in Frankrijk mogen openlijk gelovig zijn, maar voor religieuze uitspraken is in de politiek geen plaats. De argumenten die zij geven, moeten dus altijd seculier van aard zijn.

Iedereen mag in Frankrijk gelovig zijn, maar de religieuze overtuigingen moeten soms thuis worden gelaten om zo de neutraliteit van de staat te bevorderen. Bijvoorbeeld op school,  in overheidsgebouwen en in het politieke debat. In Nederland hoeft dit niet. Er is in de politiek ruimte voor een religieus geluid. Dit heeft te maken met het doel van de scheiding tussen kerk en staat. In Frankrijk is neutraliteit het belangrijkste doel. Door alle religies uit het openbare domein te bannen, kan de staat zo neutraal mogelijk ten opzichte van religies staan. In Nederland wordt de nadruk gelegd op vrijheid van godsdienst en gelijkheid tussen godsdiensten. De scheiding tussen kerk en staat aangebracht om ervoor te zorgen dat er meer gelijkheid is tussen de verschillende religies. Zo worden religieuze minderheden niet onderdrukt door de religie van de staat.

Hoe zit het met religieuze politieke partijen?

In Nederland houdt de scheiding tussen kerk en staat in dat de staat geen religie mag voortrekken of afdwingen. Maar iedereen is vrij om een politieke partij op te richten. Een politieke partij op religieuze grondslag mag in Nederland dus wel bestaan, net zoals een politieke partij op basis van een andere ideologie, zoals bijvoorbeeld het communisme, mag bestaan. Beide partijen zijn voor de staat gelijk en hebben dezelfde rechten en plichten. In Nederland mag iedereen in het politieke debat een uitgangspunt kiezen: op basis van religie of anderszins. Religieuze politieke partijen zijn in Nederland dus geen schending van de scheiding tussen kerk en staat, maar passen binnen het systeem.