De wittebroodsweken voor Syriërs in Nederland zijn voorbij

, Bibi Berenschot

Veel Syriërs zijn inmiddels al een paar jaar in Nederland. Wat hebben ze in deze jaren gedaan? En hoe gaat hun toekomst eruit zien? Jaco Dagevos heeft er samen met drie anderen onderzoek naar gedaan.

Bibi Berenschot

Bibi Berenschot

“Ze staan nog helemaal aan het begin van hun leven in Nederland. Het is waarschijnlijk dat Syriërs in de komende jaren somberder worden over Nederland.” Jaco Dagevos (53) werkt bij het Social Cultureel Planbureau (SCP). Het SCP is een wetenschappelijk instituut van de overheid dat onderzoek doet naar sociale onderwerpen. Dagevos werkt er 19 jaar, en in die tijd heeft hij veel onderzoek gedaan naar migratie, vluchtelingen en integratie. Bibi Berenschot praat met hem over zijn meest recente onderzoek, Syriërs in Nederland.

Sociale inbedding

“Op dit moment zijn Syriërs blij in Nederland. Het land is georganiseerd, er is geen corruptie. Maar het gaat vooral om het gevoel van veiligheid. Dat mensen de vlucht achter de rug hebben.” Uit het onderzoek Syriërs in Nederland blijkt dat Syriërs hun leven hier gemiddeld een 8,5 geven. “Een behoorlijk deel voelt zich al Nederlander. Als je twee jaar in Nederland bent is dat best opvallend.” 33% van de Syriërs uit het onderzoek voelt zich sterk of heel sterk Nederlander. Ook zeggen ze dat ze weinig met discriminatie te maken krijgen. Driekwart van de Syriërs denkt dat discriminatie van migranten bijna nooit voorkomt. Dat is veel meer dan andere groepen vluchtelingen.

De onderzoekers zien ook dat Syriërs hun best doen om met de Nederlandse samenleving mee te komen. “Het viel mij op dat een enorm grote groep bezig is met het leren van de Nederlandse taal”, vertelt Dagevos. 93% van de Syriërs volgt een taalcursus, of heeft dat gedaan. “Echt die eerste jaren van het leven in Nederland bestaan uit taal.” Dagevos viel ook iets anders op: “Men heeft veel contact met andere Syriërs, maar ook veel contact met Nederlanders. De sociale inbedding is dus behoorlijk groot voor een groep die zo kort in Nederland is.”

“Ze staan nog helemaal aan het begin van hun leven in Nederland. Het is waarschijnlijk dat Syriërs in de komende jaren somberder worden over Nederland.”

Jaco Dagevos van het Social Cultureel Planbureau (SCP)

Verschil

Niet alles in het leven van de Syriërs gaat goed. Volgens het onderzoek heeft 12% van de Syrische statushouders werk.  Dagevos: “Dat is zorgelijk, maar ook kenmerkend voor vluchtelingengroepen. Werk vinden is in de eerste jaren moeizaam, maar het wordt wel makkelijker wanneer iemand langer in Nederland is.” Dagevos denkt ook dat daar verbetering in zit. 47% van de Syriërs zegt dat hun kans op werk is toegenomen is het afgelopen jaar. “We hopen eigenlijk dat Syriërs sneller werk gaan vinden dan vluchtelingengroepen die eerder naar Nederland zijn gekomen. Het beleid is veel intensiever is dan vroeger. Dat er krapte is op de arbeidsmarkt is natuurlijk ook heel fijn voor de kans op werk van migranten.”

Syriërs in Nederland hebben vaak ook nog geen vaste baan. “Op dit moment zijn het vaak flexibele, kleine baantjes. Wij moesten aan studentenbaantjes denken, dus vaak in de horeca. Het zit allemaal een beetje aan de onderkant van de arbeidsmarkt, om het zo maar te zeggen. Dat komt ook doordat veel mensen dit soort baantjes combineren met het leren van de Nederlandse taal. Een stabiele baan met veel uren is daarom voor veel mensen bijna niet mogelijk.” Dat kan teleurstellend zijn. “Voor bijna alle Syriërs, vooral de mannen, is dat een enorm verschil met hun leven in Syrië. Daar hadden ze vaak geschoolde, middelbare beroepen”, vertelt Dagevos.

Het onderzoek gaat ook over de psychische gezondheid van Syriërs. Dagevos: “Dat de psychische gezondheid slecht zou zijn, dat wisten we ook uit ander onderzoek.” 41% van de Syriërs in Nederland is psychisch ongezond. Onder de algemene Nederlandse bevolking is dat 12% tot 14%. “Mensen hebben ook veel meegemaakt tijdens de vlucht. De aanleiding tot de vlucht zijn vaak al afschuwelijke gebeurtenissen. Dat trekt een wissel op de psychische gezondheid.”

Veel Syriërs hadden in Syrië gewoon echt een goed leven, met werk en sociale contacten. Dat zijn ze helemaal kwijt. Ze moeten hier een heel nieuw leven opbouwen. Dat kost heel veel bloed, zweet en tranen.”

Jaco Dagevos

Migrantenoptimisme

Ondanks dat het niet zo goed gaat met de gezondheid en het vinden van werk voor Syriërs, geven ze hun leven nog wel een 8,5. Jaco Dagevos legt dat uit: “Ze vergelijken over het algemeen hun situatie met de jaren achter zich, met de vlucht en de situatie in Syrië. Maar dat referentiekader gaat veranderen. Ze gaan steeds meer kijken hoe het nou met ze gaat in Nederland. En ze willen aan het werk. Dat gaat vaak heel langzaam en dan neemt soms de teleurstelling toe. Dat migrantenoptimisme, dat je nu bij Syriërs heel sterk ziet, gaat afnemen. Dat leren we ook van onderzoek over andere migrantengroepen.”

“Het is misschien een gekke vergelijking, maar we noemen het wel eens de wittebroodsweken”, zegt Dagevos. “Op een gegeven moment gaan die voorbij, en dan moet je proberen om in Nederland werk te vinden, de taal te leren en sociale contacten op te doen. Dat is gewoon een lang proces. Veel Syriërs hadden in Syrië gewoon echt een goed leven, met werk en sociale contacten. Dat zijn ze helemaal kwijt. Ze moeten hier een heel nieuw leven opbouwen. Dat kost heel veel bloed, zweet en tranen.”