Toen ik een vluchteling werd

, Column door: Hazem Darwiesh

Ik weet niet precies wanneer, maar het is eigenlijk al heel lang geleden gebeurd. Zó lang geleden, dat ik mij niet anders meer kan herinneren. De dag dat ik nog geen vluchteling was, herinner ik mij niet echt. Hoe lang ben ik een vluchteling geweest?

Hazem Darwiesh: redacteur bij Net in Nederland

Hazem Darwiesh: redacteur bij Net in Nederland

Natuurlijk was ik een vluchteling op de dag dat ik zes jaar geleden vanuit Aleppo naar Istanbul vertrok. En op de namiddag in 2015 toen ik over de grens tussen Hongarije en Oostenrijk rende om aan de Hongaarse politie te ontkomen tijdens mijn tocht naar Oostenrijk; mijn laatste kans om die ellendige asielreis te doen slagen.

Maar ik was al een vluchteling voordat de oorlog in Syrië mij dwong om naar mijn laatste bestemming te reizen. Sinds de dag dat ik door de politie op de luchthaven van Aleppo werd geslagen was ik al een vluchteling. Ik was tien jaar en wilde mijn grootmoeder begroeten toen zij terugkwam van een reis.

Ik was al een vluchteling op de dag dat ik op het schoolplein werd geslagen omdat ik een paar minuten te laat was. Of de dag dat ik zelfs zwaar mishandeld werd omdat ik was vergeten het brood naar een docent te brengen en in plaats daarvan deelnam aan een ‘nutteloze’ tekenles.

Door het geweld dat ik in mijn jeugd en adolescentie ervoer, begon ik mijn gevoel van burgerschap te verliezen. Van jongs af aan woonde ik niet in ‘mijn’ land. Het was ‘hun’ land. Het was het land van hen die de macht hadden. Zij die met hun autoriteit binnendrongen in onze levens en onze huizen op het moment dat wij ‘opzettelijk onze mond hadden geopend’. En dat terwijl onze ouders ons nog zo hadden gewaarschuwd om dat niet te doen.

Langzaam is ons idee over Syrië als ‘ons’ land geslonken. Het was niet ‘ons’ land, ‘ons’ burgerschap. Het waren niet ‘onze’ rechten. Hoe kun je een burger zijn als je bang bent voor alles om je heen? Bang om een brood te kopen? Bang om over een onderwerp te schrijven of een vraag te stellen? We waren bang voor hen wiens bevoegdheden geen grenzen kenden. In die maatschappij konden we enkel leven door onze identiteit en verlangens te verbergen.

Een vluchteling wordt geen vluchteling op het moment van zijn laatste vlucht over de landsgrenzen. Elke dag komt hij dichter bij  het moment dat hij zijn toevlucht neemt tot zijn laatste redmiddel: fysiek vluchten.

Omdat ik een vreemdeling was geworden in een samenleving die geen vrijheid kende en ik niet anders kon zijn, werd ik een vluchteling. Hoe ouder ik werd, hoe meer ik vluchtte. Mijn zoektocht naar veiligheid binnen de grenzen van mijn verborgen vrijheid als mens en als journalist werd het belangrijkst.

Toen mijn angst zijn hoogtepunt had bereikt, was het tijd om aan de reis te beginnen. Vanuit Aleppo en Istanbul naar een bestemming die ik nooit had gekend.

Het recht op asiel is uiteindelijk het recht van de mens op veiligheid, evenals het recht om jezelf te zijn. Het recht om niet in angst te leven. Het recht op asiel is het recht om te ontsnappen.

Hoewel ik door sommigen nog steeds als een vluchteling wordt gezien, ben ik trots op mijn moed om te ontsnappen. Ben ik trots op mijn asiel. Op mijn overleving van alle verschrikkingen tijdens die reis. Op het feit dat ik na asiel te hebben gekregen kan zijn wat ik ben: een mens! En voel ik veilig en vrij in Nederland.