Toen sprak Kaag over mijn Nederland

, Column door: Hazem Darwiesh

“De kracht van Nederland” zit in “openheid, verscheidenheid en diversiteit”. Dat zei minister Sigrid Kaag (Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, D66) afgelopen weekend in haar speech tijdens een symposium over tolerantie in het Rijksmuseum. Deze uitspraak is volledig anders dan de waarschuwing van minister Wopke Hoekstra (Financiën, CDA) dat de “Nederlandse identiteit in gevaar is”, zoals hij begin september zei.

Hazem Darwiesh: redacteur bij Net in Nederland

Hazem Darwiesh: redacteur bij Net in Nederland

In de speech van Sigrid Kaag lijkt de Nederlandse identiteit dynamisch, rijk en constructief te zijn: een levende identiteit. Heel anders dan de gesloten identiteiten die veel mensen over de hele wereld nog steeds belasten met repressieve dictaturen of onderontwikkelde religieuze gemeenschappen of autoriteiten.

Maar in de toespraak van Hoekstra worden we geconfronteerd met een bange, beangstigende en negatieve Nederlandse identiteit, dood of op weg om dood te gaan. Een identiteit die niet anders is dan de middeleeuwse identiteiten waarvan we denken dat Nederland en andere Europese landen die al lang hebben ingehaald.

Hoewel het niets met optimisme of pessimisme te maken heeft - omdat optimisme en pessimisme relatief en afhankelijk zijn van je invalshoek en je achtergrond - lijkt de toespraak van Kaag vol vertrouwen en optimisme, zonder roekeloos te zijn. Er worden cijfers en details gebruikt. Het lijkt echt op Nederland.

Dit in tegenstelling tot de toespraak van Hoekstra waarin individuele voorbeelden worden opgesomd om algemene oordelen te vellen. Dat onderbouwt het gevoel van pessimisme bij veel mensen. Dat kan helpen om een verkiezing te winnen, maar het ontbreekt aan oprechtheid en draagt niet bij aan de toekomst van dit land.

“Kaag is het gezicht dat voor mij Nederland vertegenwoordigt. Het Nederland dat mij verwelkomt en mij mijn plek in de samenleving heeft gegeven.”


Ik, als vluchteling liet alles achter en vluchtte om te ontsnappen aan de dood, tot drie keer toe, in Syrië, Turkije en zelfs in Nederland. Een vluchteling die naar Nederland vluchtte om zichzelf te kunnen zijn, vrij en veilig, dat wat ik hier nu volledig ben. Waartoe behoor ik nu? In welke toespraak moet ik geloven?

Het Nederland van Sigrid Kaag, zoals dat naar voren komt in al haar eerdere uitspraken en interviews, lijkt op het Nederland dat ik ken. Nederland dat mij de vrijheid heeft gegeven om mezelf te zijn. Het land dat mij ook de kracht gaf om te kunnen kiezen en mijn toekomst op te bouwen. Om lief te hebben en om te trouwen met wie ik lief heb. En om de verschillen te leren kennen en te waarderen, en om bij te dragen met andere mensen, met alle mensen, aan de opbouw van deze samenleving en het geluk van zijn mensen en hun welvaart.

Daarom is Kaag het gezicht dat voor mij Nederland vertegenwoordigt. Het Nederland dat mij verwelkomt en mij mijn plek in de samenleving heeft gegeven.” Zij lijkt op de mensen die ik om mij heen in Nederland ken sinds ik meer dan vier jaar geleden in Zwolle aankwam. De mensen die behoren tot een levendige samenleving en identiteit waaraan ik wil deelnemen en waar ik voor wil werken.

“De Nederlandse identiteit en samenleving altijd aan het ontwikkelen en het verrijken was. Daar wil ik actief voor zijn en aan bijdragen.”

Dit is allemaal heel anders dan de andere toespraken die niet op mijn Nederland lijken. Een Nederland waar ik een vreemdeling ben, een schipbreukeling, ineffectief. Volgens deze toespraken kan ik uitsluitend behoren tot een groep die “het voorrecht heeft om Nederlander te worden” als ik dezelfde nationaliteit, religieuze of nationale identiteit heb.

De Nederlandse identiteit van Kaag wordt juist gevormd door al deze verschillen. Waar ruimte is een ‘echt mens’, jezelf te zijn, zonder minder of meer beschrijvingen. Dat is wat Kaag in haar toespraak bevestigde toen ze zei dat de “identiteit niet een statisch en monolithisch gegeven is”. En dat is wat ik ook zelf in Nederland ervaar.

Wat ik van de Nederlandse geschiedenis en van Kaag’s speech begrijp is dat de Nederlandse identiteit en samenleving altijd aan het ontwikkelen en het verrijken was. Daar wil ik actief voor zijn en aan bijdragen. Net zoals veel van de andere nieuwkomers die enkele jaren geleden uit Syrië kwamen bezig waren met hun asielprocedures en het leren van de taal. Nu kunnen zij hun studie of werk voortzetten, ondanks asielcrises, psychologische oorlogsvoering en veel van de obstakels die ze tegenkomen bij het opbouwen van hun leven hier.

 “Het belang van nuances benadrukken bij het praten over migratie en integratie.”


Het is dus vanzelfsprekend dat het optimisme van Kaag met betrekking tot integratie geldig is. Het belang van nuances benadrukken bij het praten over migratie en integratie. In tegenstelling tot wat “populistische wolven” doen “als het gaat om immigratie en integratie”, zoals Kaag ook zei.

Deze wolven hebben een identiteit die de Frans-Libanese schrijver Amin Maalouf meer dan twintig jaar geleden “moorddadige identiteiten” noemde. Deze identiteiten zijn nog steeds aan het vechten in Syrië en op vele andere plekken in de wereld, onder invloed van internationaal beleid en dictatoriale regimes.

Deze sektarische en nationale identiteiten hebben mij verworpen en hebben ertoe geleid dat ik nu hier ben, in Nederland met een “gezamenlijke identiteit”, die in essentie gaat “over vrijheid en verdraagzaamheid” volgens Kaag.

Nederland, dat haar deuren voor mij heeft geopend. Aan het schrijven van haar ‘verhaal’ wil ik bijdragen, daarin wil ik integreren en aan haar samenleving wil ik meedoen.