Uit het onderzoek Syriërs in Nederland van het SCP blijkt dat Syriërs hun leven hier gemiddeld een 8,5 geven. Voor mij is dit een vreemd getal.

Hazem Darwiesh: redacteur bij Net in Nederland

Hazem Darwiesh: redacteur bij Net in Nederland

Toen ik dit voor de eerste keer las, vroeg ik mij af: Wie zijn de Syriërs die in dit onderzoek werden bevraagd? En in welke situatie gaven ze hun leven in Nederland deze beoordeling? Zaten ze op een zaterdagavond in een bar of lagen ze in het tulpenveld in Dronten in april?

Ik ken niet veel Syriërs die hun leven hier in een bar of een tulpenveld zouden kunnen beoordelen. Veel van de Syriërs die ik ken staan geregistreerd op lange wachtlijsten bij de huisarts om hun psychiatrische behandeling te starten. Tijdens de oorlog, de vluchtelingenreis en het verblijf in het AZC is de geestelijke gezondheid van veel mensen vernietigd. Voor veel van hen duurt het lang voordat de huisarts hun pijn begrijpt of een pil kan voorschrijven. Velen hebben hoge rekeningen van de tandarts, ondanks hun lage inkomen.

Bovendien is de meerderheid van de Syriërs volgens hetzelfde onderzoek nog steeds afhankelijk van de bijstandsuitkering. En ze zijn nog bezig met het leren van de taal en het indienen van examens. Ikzelf ben deze fase gepasseerd. Maar ik ben mijn herinneringen nog niet kwijt. Het was geen gemakkelijke tijd. Ik heb een enorme inspanning geleverd om de taal te leren en examens te doen. Ik ben veel bezig geweest met het zoeken naar werk en het schrijven van motivatiebrieven en het invullen van formulieren. Veel Syriërs deden en doen hetzelfde. En tijdens dit alles was ik alleen in een vreemd land met een nieuwe taal. Het was een dagelijkse strijd.

Zelfs vandaag nog, tijdens mijn werk, bestaat het gevecht nog steeds. De uitdaging van de taal zal niet verdwijnen. We doen een dubbele inspanning op het werk. In de studie. In alles. Elke dag voel ik dat ik helemaal opnieuw vanaf nul begin. Alles nieuw. Alles moet worden geleerd. Ik moet mij aanpassen. Mijn vrienden die ervoor kiezen hun studie voort te zetten, slapen niet ’s nachts. En hun keuze voor een toekomst is niet duidelijk, noch gegarandeerd. Ook voor mij niet. Maar we proberen het. Met moeite en vermoeidheid waarvan de Nederlanders en onze mensen in Syrië niets weten.

In deze dagelijkse strijd zijn we alleen. Zelfs grote Syrische families voelen zich hier eenzaam of voelen zich vervreemd. We zijn niet alleen uit een ander land gekomen. We komen uit een andere wereld. Een compleet andere cultuur, van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat. Elke dag mis ik Syrië meer. Ik mis mijn familie, mijn mensen en gewoon alles. Elke dag voel ik dat mijn verlies van Syrië nergens gecompenseerd zal worden.

En zelfs als we dat allemaal vergeten, hoe zit het dan met het weer? Ik betwijfel of degenen die in dit onderzoek zijn ondervraagd, deze vragen op een bewolkte dag hebben beantwoord. De lichamen van de Syriërs hebben zich noch psychologisch noch fysiek aangepast aan dit 'mooie' weer in Nederland. Dus over welke 8,5 praten ze?

Dit betekent niet dat ik de schoonheid van dit land of de omvang van haar ontwikkeling ontken. Of dat ik de veiligheid en vrijheid die mij door Nederland wordt geboden niet zie. Ik heb hier bereikt wat ik nooit had durven dromen om ooit te bereiken. Ik ben dit land en haar bevolking dankbaar. Maar ik zal mijn leven hier deze beoordeling niet geven. Tot zover in ieder geval. Misschien in de toekomst. Maar er is nog een lange weg te gaan.

Jaco Dagevos, een van de onderzoekers die heeft bijgedragen aan de voorbereiding van deze onderzoek zei vorige week in een interview op onze site dat veel Syriërs in Nederland nog steeds leven in wat hij 'wittebroodsweken' noemde en dat deze fase binnenkort afloopt. Maar in feite zijn deze wittebroodsweken nog niet eens begonnen. Elke fase van ons bestaan in Nederland heeft zijn problemen en pijnen.

Sommige Syriërs leven nog steeds in hun verbeelding van het ideale beeld van het leven hier in Nederland. Sommigen willen niet geloven dat vermoeidheid iets is wat hen te wachten staat bij het bouwen van hun leven in dit land. Er is een fobie onder de Syriërs om hun leven in dit land te bekritiseren. Ze zouden als pessimistisch of ondankbaar gezien kunnen worden. Ik dacht er ook over om dit artikel niet te schrijven. Ik zou misschien een keer een artikel over het tulpenveld in Dronten of over het door Nederland ontwikkelde systeem voor het schoonmaken van de oceanen kunnen schrijven. Dan zal ik glimlachen naar elke Nederlander die ik ontmoet. En wanneer hij mij vraagt: "Alles goed?" Dan zal ik hem antwoorden: "Jawel."