Wat weet de westerse wereld over ons, de nieuwkomers?

, Somer Al Abdallah

Het nieuws over wat er Syrië gebeurt, is over de hele wereld bekend. En de crisis in Syrië is de grootste humanitaire crisis ter wereld van de afgelopen 25 jaar. Maar toch weet slechts 10% van de Nederlanders dat de revolutie in Syrie Syrische in 2011 begon. Dit is wat uit een onderzoek van het Rode Kruis eerder deze maand bleek. En meer dan 80% van de respondenten kent geen Syrische vluchteling.

Deze resultaten geven een beeld van hoeveel Nederlanders, en misschien wel alle Europeanen, eigenlijk weten over een groep die al jaren bij hen woont. Dit gaat niet alleen over Syriërs, maar ook over andere groeperingen. Waar komen deze stereotypen en vooroordelen onder Nederlanders over nieuwkomers of immigranten toch vandaan?

Media is een krachtig middel om mensen onwetend te houden over wat er om hen heen gebeurt en stereotype beelden van andere groepen te creëren. De Nederlandse schrijver en journalist Joris Luyendijk heeft er goed en vaak over gesproken. Hij heeft enkele jaren geleden een boek geschreven over zijn werk als verslaggever in verschillende Arabische landen. Hij schreef over zijn kijk op de volkeren van het Midden-Oosten vóór en na het leven tussen hen. “Ik dacht bij Arabieren toch aan onredelijke mannen die vlaggen of poppen in brand staken en akelige dingen riepen over het Westen.”

Maar toen hij Syrië bezocht, was dit niet wat hij tegenkwam. Wel zag hij de gastvrijheid van de Syriërs. Toen hij door Syrië toerde, was hij verbaasd dat veel van de Syriërs helemaal niet veel verschilden van de westerlingen. Ze maakten grapjes en lachten. Hij vroeg zich af: “Waar had ik Arabieren moppen kunnen zien tappen? Mijn beeld van de Arabische wereld kwam uit Hollywoodfilms, geschiedenisboekjes en het nieuws, en daar figureerden Arabieren vrijwel alleen als terroristen, scanderende massa’s of anonieme slachtoffers; niet het soort mensen waarmee valt te lachen”. In zijn boek geeft Luyendijk toe dat zijn positieve ervaringen met het Midden-Oosten afwezig waren in zijn verhalen die hij schreef voor de kranten. En dat hij meewerkte aan het beeld dat Arabieren eng, gevaarlijk en exotisch zijn.

Vooroordelen zijn overal. In onze landen heeft iedereen stereotype beelden van anderen. Syriërs maken grappen over de inwoners van de stad Homs, Egyptenaren hebben altijd grappen gemaakt over de inwoners van Opper-Egypte. En dit gaat soms verder dan grappen. Maar de impact van vooroordelen en stereotypen over ons, als mensen uit het Oosten of het Midden-Oosten, heb ik pas echt goed beseft toen ik hier kwam wonen. Het was niet alleen een verrassing voor mij hoe stereotype we werden neergezet, maar vooral het gebrek aan informatie over onze landen. In 2015, twee maanden nadat ik naar Nederland was gekomen, vroeg mijn vriendelijke buurvrouw aan mij of ik in de zomervakantie naar Syrië wilde gaan. De taalleraar vroeg mij of al degenen met donkere baarden geestelijken zijn.

Veel nieuwkomers hebben ook vooroordelen over het Westen. Voor sommigen van hen is het een paradijs waar je bijna alles wat je wilt met de minste moeite kunt krijgen. Anderen beschouwen het als landen waar de inwoners zich niet schamen. Dat er geen grenzen zijn aan hun vrijheden, vooral seksuele vrijheid. Nederland stond alleen bekend als een land van bloemen, windmolens en het voetbalteam op het WK. Frankrijk als een land van mode, mooie vrouwen en wijn. Maar nadat we hier kwamen, ontdekten we dat onze vooroordelen niet allemaal klopten. Het zijn diverse landen met vele tegenstrijdigheden. Deze landen zijn echt een paradijs, maar dat betekent niet dat het hier gemakkelijk gaat om al die vrijheden ook te pakken.

Arabieren of moslims zijn niet allemaal terroristen. Abu Bakr al-Baghdadi of de dictators spreken niet uit mijn naam of uit naam van alle Arabieren en moslims. En Wilders of Trump vertegenwoordigen ook niet alle mensen in de westerse wereld. We kunnen al deze leiders zien als een slecht voorbeeld, maar ze zijn niet het hele beeld.