Wie weet de naam van de herder in de bergen?

, Column door: Hazem Darwiesh

Vaak denk ik dat ik alles heb geschreven over mijn herinneringen aan Syrië en dat ik niets meer te zeggen heb over ons land, haar cultuur en onze verlies door de oorlog.

Hazem Darwiesh: redacteur bij Net in Nederland

Hazem Darwiesh: redacteur bij Net in Nederland

Vaak beloof ik mezelf ook om geen foto's of video's te bekijken over de huidige staat van het land en degenen die gekozen of gedwongen zijn er nog te wonen. Mijn uitgeputte mentale toestand staat me niet toe om te dicht bij de beelden van het land te komen. Bij het lezen van het nieuws kan ik afstand bewaren. Maar wanneer ik de beelden zie, voel ik mij betrokken. Ik moet iets doen. Ik ben weer daar.

Maar ik zie ook hoe de verhalen van Syrië onuitputtelijk zijn en dat ik niet in staat ben om de belofte om niet te dichtbij de beelden te komen na te komen, ongeacht of het toevallig gebeurt of mij wordt opgelegd door de aard van mijn werk als journalist. Soms slaag ik erin uit Syrië te ontsnappen als een journalist die vier dagen per week werkt, maar ik ontkom er niet aan als fulltime Syriër.

Dat ontdekte ik gisteren in Amsterdam tijdens mijn bezoek aan het IDFA filmfestival waar ik de film ‘This not a movie’ in de bioscoop zag. Die draait om buitenlandcorrespondent en journalist Robert Fisk, die al meer dan veertig jaar in het Midden-Oosten werkt.

“In elke scène van de film komt het Midden-Oosten naar voren als een ellendig gebied vol verwoesting, slachtoffers en conflicten”

Ik wil niet over de film zelf of de Britse journalist schrijven, vooral omdat ik geen fan ben van Fisk en dat de film meer over het Midden-Oosten gaat dan Fisk zelf. In elke scène van de film komt het Midden-Oosten naar voren als een ellendig gebied vol verwoesting, slachtoffers en conflicten. Van de genocide op Armeniërs tijdens de Eerste Wereldoorlog tot de Palestijnse doden in de bloedbaden van de Libanese burgeroorlog en van het conflict tussen Israëliërs en Arabieren tot de vernietiging van Syrië nu.

De ruïnes van Syrië, waarvan ik dacht dat ik eraan was ontsnapt. Tot dit moment in Amsterdam, toen ik het in de film weer zag met alle bijbehorende leegte en kalmte. Ik voel deze leegte nog steeds door mijn lichaam gaan. Hij circuleert dagelijks in mij in de vorm van vicieuze cirkels van nostalgie, pijn en onbeantwoorde vragen over de betekenis van het bestaan, overleven.

Terwijl de pijnlijke scènes zich nestelden in mijn geheugen, voelde ik de pijn van de Syriërs tijdens de oorlog.  En de pijn van de mensen die eerder in deze lege huizen woonden. Waar zijn ze heen gegaan? Ik voelde onderdrukking en woede in elke vezel van mijn lijf. Waarom is Assad nog steeds president? Hoe denken sommige politici weer met hem te kunnen praten? Een schaamteloze en vuile wereld, en onze hulpeloosheid is oneindig.

“Ik voel mij verwant met de bergen, de bomen erop, de kleine herder die zijn schaapskudde trok, de verspreide stenen huizen”

Toen al deze ideeën door mijn hoofd gingen, werd ik duizelig en verloor mijn evenwicht Ik deed mijn handen voor mijn ogen en liet mijn hoofd naar de grond zakken om niets meer van de film te zien. Maar zodra ik mijn hand verwijderde om weer naar de film te kijken, bezocht de Britse journalist een frontlinie tussen het leger van het regime en Jabhat al-Nusra in het Idlib-gebergte in noordwest Syrië.

Op een gegeven moment zag ik de mensen in de scènes niet meer, voor mij zie ik alleen de bergen en hun schoonheid. Ik voel mij verwant met de bergen, de bomen erop, de kleine herder die zijn schaapskudde trok, de verspreide stenen huizen. Omdat ik nooit op het Syrische platteland heb gewoond, behoor ik dus eigenlijk niet tot dit deel van Syrië. Ik ben geboren en getogen in de stad Aleppo, die compleet anders is dan deze regio.

Maar even voelde ik dat ik deze hal in Amsterdam wilde verlaten en de schapen wilde laten grazen met die kleine herder in de film. Wie kent deze herder? Heeft hij een naam? Leeft hij nog? En leven zijn schapen en broers nog?

“Onze wortels liggen daar, ze zijn niet met ons mee gevlucht”

Met al deze vragen in mijn hoofd kon ik niet meer naar de film kijken en ik verliet de zaal. Nu besef ik door deze film en de scènes weer hoe groot ons verlies is. Een verlies wat door niets wordt gecompenseerd. Noch ons succes in onze diaspora landen, noch met het nieuwe leven dat we hier opbouwen.

Onze wortels liggen daar, ze zijn niet met ons mee gevlucht. En ze zal altijd naar ons blijven vragen en wij zullen haar altijd missen. Zelfs als we weten dat ons eigen Syrië nooit meer terug komt en dat dit verdriet en verlangen zinloos zal blijven. Toch blijven we verlangen naar de fontein in onze oude huizen, waar de jasmijn op de waterspiegel drijft en waar op de rand lege kopjes koffie staan, van de glimlachende mensen die ooit hier waren en nu niet meer.