Ik ben al bijna vijf jaar in Nederland. Nadat ik gedwongen mijn thuisland moest verlaten en ik naar een ander land ging, moest ik opnieuw beginnen. Als een kind ontdekte ik deze nieuwe wereld. Het gaat niet alleen om het vinden van een baan of het leren van een taal. Maar ook om het gevoel te vinden dat ik thuis ben in dit nieuwe land. Om nieuwe herinneringen op te bouwen in mijn nieuwe leven. Maar lukt dat altijd? Of blijven de oude herinneringen mij achterna zitten als een geest boven mijn hoofd?

Als vluchtelingen herinneren we ons het meeste van wat we achterlieten voordat we naar verre landen vluchtten. Er wordt gezegd dat we mensen zijn die erg gehecht zijn aan het verleden. We leiden ons leven zoals de generaties voor ons deden. Wij zijn de achterkleinkinderen die weigeren te verraden hoe we zijn opgegroeid en wat de oudsten ons hebben geleerd.

In asiellanden herkauwen we onze herinneringen aan ons recente verleden, herschikken ze in ons hoofd en we zoeken mensen om die herinneringen mee te delen. We zitten en praten met nieuwe vrienden over het verleden. Wat brengt een vluchteling uit Aleppo in het noorden van Syrië samen met een vluchteling uit een dorp in Daraa, het uiterste zuiden? We zoeken naar overeenkomsten die in het verleden bestonden, ongeacht dat de gebruiken van de stad en het dorp verschillen. We hebben dezelfde taal en gewoontes. “Hoe stuur je een liefdesbrief naar een schoolmeisje?” De andere antwoordt: "Ik gooide de boodschap voor haar uit en rende bang weg". Zie je, we hebben dezelfde ervaringen en herinneringen.

We zijn beide een vreemdeling in een vreemd land, en juist deze vervreemding schept een band. We drinken thee uit grote kannen. De uit Aleppo komende wil zware thee met veel suiker. De ander heeft daar geen probleem mee, zelfs als hij van lichte thee houdt. Dit geldt misschien niet voor iedereen. Maar wat ik hier in mijn dorp zie, is dat wanneer Syriërs samenkomen zelfs de kleine verschillen verdwijnen. Ze wisselen de waterpijp uit, drinken en luisteren naar de traditionele liedjes van Aleppo en de Dabkeh-muziek van de mensen in het zuiden. Ook de vrouwen maken hun eigen kring. Ze proberen hun relaties met elkaar te versterken en vervangen wat ze hebben verloren aan vrienden uit ‘de goede oude tijd’.

Een aantal Nederlanders in het dorp meldde zich aan om ons te helpen het leven hier te verkennen. Na de voltooiing van de berg van officiële papieren ontstond er een gesprek tussen hen en de vluchtelingen. Eerst ging het over de tragedies en oorlogen. Daarna ging over het leven van voor de oorlog. Zelfs degenen die zichzelf omschrijven als trouwe tegenstanders van het regime, praten nostalgisch over het leven daar voor de oorlog. Deze persoon is alle gruwelijkheden vergeten. Hij ziet alles rooskleurig, familie en vrienden, de eenvoud van het leven, vertrouwdheid met plaatsen, en nog meer. Hij lijkt wel gehypnotiseerd als hij over die momenten praat. Maar als hij wakker wordt, vervloekt hij de boosdoener van al zijn verliezen.

Syriërs organiseren ontmoetingen met Nederlanders om hen de rijke geschiedenis en schoonheid van hun land en ook hun oude dagelijkse leven te laten zien. Sommigen van hen willen daarmee zeggen: jullie Nederlanders zijn niet beter dan wij, we hadden ook een mooi leven. In de nieuwe landen willen velen van ons met ons verleden bezig blijven. Nadat je alles hebt verloren is het verleden de loyale vriend die overblijft. Als je je hier depressief voelt, frist het je geheugen op, zodat je je verdriet kunt vergeten. Zelfs al is het maar tijdelijk.

Ik was een tijdje geleden in een tweedehandswinkel. Toen viel mijn oog op een kleine foto van een grote houten deur voor een verlaten huis van klei. Ik heb hem snel gekocht. Die deur herinnerde mij aan de plattelandshuizen in Syrië. Hoewel ik het grootste deel van mijn leven in de stad heb gewoond, was deze foto een emotionele brug die mijn verbinding met die plaats belichaamt. Later kon ik de foto niet aan mijn muur hangen, het was de aarzeling die mij verhinderde.

Deze aarzeling kwam uit de angst dat deze foto mij er altijd aan herinnert dat mijn vaderland niet meer is dan een herinnering en een foto aan de muur. Als je weigert een foto van je oude land aan een muur van een Nederlandse huis te hangen, is dit misschien alleen het bewijs dat je daar niet bent en hier ook niet!