Straattaal wordt al lang niet meer alleen op de straat gesproken. Ook in films, op de radio, op televisie en op school kan je de taal horen. Veel Nederlandse straattaalwoorden zijn afkomstig uit het Arabisch, Berbers, Engels, Papiaments en Sranan. Nederlandse straattaal is dus zeker multicultureel! Maar wat betekent het allemaal? Net in Nederland zet 12 straattaalwoorden op een rij.

Tatta

Betekenis: Nederlander.

Voorbeeld: Loes heeft altijd haar agenda bij zich en komt overal precies op tijd aan. Zij is een echte tatta.

Fattoe

Betekenis: grap.

Voorbeeld: Die fattoe is heel grappig.

Dope 

Betekenis: tof.

Voorbeeld: Jouw schoenen zijn dope.

Patta 

Betekenis: schoen.

Voorbeeld: Jouw patta’s zijn dope.

Skeer

Betekenis: blut.

Voorbeeld: Ik kan geen nieuwe patta’s kopen, want ik ben skeer.

Floes (of: doekoe, of: monnie)

Betekenis: geld

Voorbeeld: Eerst was hij skeer, maar nu heeft hij floes/doekoe/monnie.

Mattie

Betekenis: vriend.

Voorbeeld: Ahmet en Bob zijn al matties sinds de kleuterklas.

Fittie

Betekenis: ruzie.

Voorbeeld: Na die fittie waren Ahmet en Bob geen matties meer.

Fissa

Betekenis: feest.

Voorbeeld: Vanavond is er een fissa in het buurthuis.

Ewa 

Betekenis: gegroet.

Voorbeeld:  Ewa mattie, zullen we naar die fissa gaan?

Lit  

Betekenis: geweldig.

Voorbeeld: De fissa was lit!

Pokoe

Betekenis: liedje.

Voorbeeld: Op de fissa werd de nieuwe pokoe van rapper Boef gedraaid.