Stel je voor. Bij toeval migreer je van je thuisland naar het onbekende. En dan ben je plotseling vluchteling. Vroeger woonde je in een land waar je eigen werk, studie, kennis en dromen had. In een oogwenk stortte alles in. Je vluchtte van je thuis, familie, vrienden, omgeving en van al die andere dingen die je nog zo helder voor de geest staan. Het enige wat je uit het verleden hebt, is een tas met wat kleren. Je bent op weg naar niemandsland in de hoop ergens asiel te krijgen. Toevallig kom je in een land waar je niets weet. Je moet met mensen uit verschillende samenlevingen en diverse omgevingen leren omgaan. Daarnaast moet je je gaandeweg aanpassen aan de cultuur, de normen en waarden, en gewoonten die je moet leren om te integreren. Maar wat is integratie nou precies? Wordt er verwacht van de nieuwkomers hun eigen cultuur los te laten? Wat zijn de ontwikkelingsfasen van het integratieproces? En hoe gaat de integratie van vrouwen?

Wanneer een asielaanvraag van een vluchteling wordt geaccepteerd, ontstaat het kruispunt tussen het verleden en het heden. Een nieuw leven waarin je een andere taal moet leren, je moet aanpassen aan een andere cultuur. Je moet het systeem leren kennen en erin meedraaien. Aanpassen om te kunnen integreren, de taal spreken. Je hoeft zeker niet op z’n Nederlands de gordijnen open te doen, om in de integratie te laten slagen. Er is toch sprake van integratie als je je in Nederland thuis voelt, hier werkt, studeert, je rechten en plichten accepteert en met de samenleving meedoet.

Integratie is geen assimilatie. Volgens Ahmad, een 38-jarige Iraakse vluchteling, blijft het moeilijk dat hij na 34 jaar zijn cultuur moet loslaten en nieuwe gewoonten, normen en waarden moet omarmen. Bij integratie vergeet je niet de eigen cultuur, deze blijft behouden. “Het is een proces van twee kanten. Hoe meer immigranten namelijk voelen dat hun cultuur gerespecteerd wordt, des te sneller zullen ze integreren in hun nieuwe land.” Aldus de Libanese socioloog Amin Maalouf.

Vrouwen en integratie

Uit verschillende rapporten, waaronder van het Kennisplatform Integratie en Samenleving, naar de positie van vluchtelingen op de arbeidsmarkt, bleek dat het vooral mannen zijn die het lukt om werk te vinden. In tegenstelling tot maar een klein deel van de vrouwen. Met name vrouwen uit Midden-Oosten vinden het moeilijk om hier aan de slag te gaan. Ze komen vaak uit een traditionelere samenleving, waar de man werkt en de vrouw thuisblijft. Ze heeft meestal geen werkervaring opgedaan in het thuisland.

Daarnaast is er minder aandacht bij de Nederlandse gemeenten, organisaties en bedrijven voor vluchtelingvrouwen. “De arbeidsmarkt geeft meestal de voorkeur aan mannen, wat het integratieproces van vrouwen belemmert. Gezien de prominente rol die werk speelt in de integratie, blijft het percentage integratie onder vrouwen erg laag in vergelijking met mannen.” Aldus Mirjam, een 36-jarige vluchteling uit Syrië. 

Werk en het integratieproces

Integratie door werk heeft een essentiële impact om nieuwkomers in de samenleving te laten integreren. Zo snel mogelijk een baan vinden lijkt een goede aanpak om te integreren en mee te doen in de samenleving. Het is echter vaak lastig voor nieuwkomers om aan een baan te komen.

Uit een vergelijking van de arbeidsparticipatie met andere EU-landen, wordt duidelijk dat Nederland tekort is gekomen om de arbeidsparticipatie te vergroten. Zo wordt in Duisland een vluchteling niet belemmert door het ontbreken van een vergunning of diploma niet om een baan te vinden. Het belangrijkste is ervaring en de kwalificaties te hebben die nodig zijn om te werken.

Wel wordt vrijwilligerswerk onder vluchtelingen actief door de regering is gestimuleerd. Op deze manier bereiden vluchtelingen zich voor om in de toekomst een betaalde baan te krijgen. 

De taal

De Nederlandse taal is voor meeste nieuwkomers het fundamenteelste obstakel voor integratie. Volgens hen is het moeilijk om het inburgeringsexamen te halen. Daarom streven sommige mensen ernaar om vrijstelling van inburgering te krijgen, in plaats van te slagen. Als gevolg hiervan zie je grote verschillen qua integratie tussen de mensen die Nederlands leerden en anderen die een ontheffing hebben gekregen. Tussen taal en integratie bestaat een direct verband. Als je de taal onder de knie krijgt, dan heb je de sleutel tot integratie.

Bovendien lijkt het logisch dat ouders de Nederlandse taal niet hoeven te leren, aangezien hun kinderen kort na aankomst het Nederlands snel beheersen. In dat geval worden kinderen als een communicatiemiddel tussen hun ouders en de Nederlandse samenleving gezien, wat de kansen op integratie vermindert.

Daarnaast is er sprake van fraude onder taalscholen. De leerlingen ondertekenen facturen van hun DUO lening in ruil voor geld of “lesmateriaal”. Zo verspil je geld zonder taal te leren. Maar momenteel is het kabinet bezig om nieuwe inburgeringsbeleid in te voeren. Het lijkt een goede aanpak om fraude te voorkomen. Gemeenten worden er verantwoordelijk voor het regelen van de inburgering.