Het kabinet heeft ingestemd met het wetsvoorstel voor een nieuw inburgeringsstelsel. In dit nieuwe stelsel leren nieuwkomers zo snel mogelijk de Nederlandse taal en gaan ze aan het werk. Meedoen is immers de beste weg naar een succesvolle inburgering. Daarbij staan maatwerk en snelheid centraal. Op voorstel van minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid wordt de wet nu aangeboden aan de Tweede Kamer.

Met het wetsvoorstel wordt een nieuw inburgeringsstelsel geïntroduceerd dat inburgeraars moet ondersteunen om sneller te starten met inburgering en beter Nederlands te leren. Het liefst combineren zij taallessen met (vrijwilligers)werk. Daardoor kunnen zij snel volwaardig meedoen aan de Nederlandse samenleving.

Gemeenten krijgen een belangrijke rol in het nieuwe stelsel: zij staan het dichtst bij de inburgeraars. Daardoor kunnen zij het maatwerk leveren dat nodig is. Ook gaan gemeenten de asielstatushouders die bijstand ontvangen ontzorgen. De gemeenten gaan voor deze groep de eerste zes maanden de huur, zorgverzekering en rekeningen voor gas, water en licht vanuit die bijstand betalen. Uit onderzoek van de Inspectie SZW blijkt dat asielstatushouders de eerste maanden vaak nog niet financieel zelfredzaam zijn. Deze begeleiding moet zorgen voor rust en stabiliteit bij het begin van de inburgering.

Huidige stelsel voldoet niet

Het huidige inburgeringsstelsel voldoet op een aantal punten niet. Zo kent het verschillende belemmeringen, waardoor inburgeraars er te lang over doen om in te burgeren. Daarnaast worden ze niet gestimuleerd om het hoogst mogelijke taalniveau te behalen.

Het bestaande systeem laat ook ruimte voor kwaadwillenden om bijvoorbeeld via het declaratiesysteem bij taallessen te frauderen. Ook dit probleem wordt opgelost, omdat het leenstelsel voor asielstatushouders, waarin de inburgeraar een lening krijgt en daarvan onder meer taallessen inkoopt, wordt afgeschaft. Straks worden de taallessen voor deze groep door de gemeente betaald.

Invoering

Het kabinet hecht veel belang aan een snelle parlementaire behandeling van het wetsvoorstel, zodat het nieuwe stelsel liefst per 1 juli 2021 in werking kan treden.