Op 1 januari 2022 zal de nieuwe Wet Inburgering intreden. Veel mensen vinden dat goed nieuws, omdat het huidige inburgeringsstelsel niet goed werkt. Maar profiteren mensen die voor 1 januari 2022 al beginnen met inburgeren hier ook van?

De nieuwe wet 

In het nieuwe inburgeringsstelsel moeten gemeenten ervoor zorgen dat nieuwkomers snel een persoonlijk inburgeringsaanbod op maat krijgen. De norm voor het taalniveau gaat omhoog, van A2 naar B1. Inburgeraars gaan taallessen combineren met (vrijwilligers)werk of stage, om zo ook in de praktijk met de Nederlandse taal bezig te zijn en meer in aanraking komen met Nederlandse kernwaarden zoals gelijkheid en vrijheid van meningsuiting. 

Jonge inburgeraars kunnen een versnelde route volgen: zij krijgen intensieve taallessen en volgen tegelijkertijd vakken als rekenen, Engels en studievaardigheden. Het doel is dat zij in gemiddeld anderhalf jaar de inburgering afronden en dan instromen in het vervolgonderwijs. 

Er wordt ook rekening gehouden met de inburgeraars voor wie deze doelen niet haalbaar zijn. Zij gaan in het nieuwe stelsel meer tijd besteden aan het leren van de taal, zelfredzaamheid en participatie in de samenleving. Ook zij zullen in het nieuwe stelsel hun inburgering afsluiten met een certificaat. In het nieuwe stelsel worden geen ontheffingen meer verleend.

Het leenstelsel voor asielstatushouders, waarbij zij geld lenen voor bijvoorbeeld taallessen, wordt afgeschaft. De gemeenten zullen de taallessen betalen. Ook zullen de gemeenten asielstatushouders begeleiden die bijstand ontvangen. Dit moet zorgen voor rust en stabiliteit bij het begin van de inburgering. 
Inburgeraars die zich onvoldoende inzetten, zullen in het nieuwe inburgeringsstelsel wel vaker en sneller te maken krijgen met sancties, zoals een boete.

Wat betekent de nieuwe Wet Inburgering voor mensen die voor 1 januari 2022 al een verblijfsvergunning hebben gekregen?

Iedereen die op of na 1 januari 2022 een verblijfsvergunning krijgt, en dan dus moet inburgeren, zal onder het nieuwe stelsel vallen. Het nieuwe stelsel werkt niet met terugwerkende kracht. Dat betekent dat iedereen die vóór 1 januari 2022 begint met inburgeren, onder het oude stelsel valt. Deze mensen profiteren dus niet van het nieuwe inburgeringsstelsel. 

De regering vindt wel dat de gemeenten extra aandacht moeten geven aan deze groep inburgeraars. Daarom krijgen de gemeenten daar extra geld voor. Het geld moet gebruikt worden om de inburgeraars zo goed mogelijk te ondersteunen. Er moet zoveel mogelijk per persoon gekeken worden hoe deze geholpen kan worden. Een deel van het geld kan bijvoorbeeld gebruikt worden om inburgeraars te helpen die aan het einde van de inburgeringstermijn zijn en hun leenbedrag al bijna hebben bereikt, maar nog niet aan de inburgeringsplicht hebben voldaan.