Veel nieuwkomers vinden het moeilijk om een band op te bouwen met de plaats waar ze wonen. Zelfs jaren na hun komst naar Nederland. Daardoor missen ze soms het gevoel van verbondenheid. Ook vinden het moeilijk echt een nieuw leven te kunnen beginnen en naar de toekomst te kunnen kijken. Maar sommige nieuwkomers zijn er wel in geslaagd zich in Nederland thuis te voelen.

Akram Saud (31, student architectuur aan de TU Delft) woont sinds 2015 in Nederland. Na het verkrijgen van zijn verblijfsvergunning vroeg hij zijn contactpersoon in het azc om hem te helpen in Utrecht te gaan wonen. Akram leerde de stad kennen tijdens een bezoek aan vrienden en vervolgens door zijn werk als vrijwilliger voor PAX. “Op dat moment voelde Utrecht voor mij heel anders dan de koude omgeving in Alkmaar. Het centrum van Utrecht is druk en de mensen zijn open, warm en vriendelijk. Bovendien ligt het stad in het midden van het land en dat was zeer geschikt voor de plannen die ik had gemaakt voor mijn studie, werk en mijn toekomst in Nederland.”

Akram heeft meer dan een jaar in Utrecht gewoond. Vooral door zijn deelname aan sociale en culturele activiteiten die voor nieuwkomers en Nederlanders werden georganiseerd, voelde hij zich snel thuis in Utrecht. Langzaam maar zeker werden de oude straatjes in het centrum de uitlaatklep van de stress van het leven. Ze herinnerden hem aan delen van de twee oude steden waarin hij leefde, Aleppo en Damascus.

“Ik reisde toen veel binnen Nederland. Zodra ik aankwam op het station van Utrecht, voelde ik mij opgelucht dat ik thuis was. Vooral omdat ik mij altijd veilig voelde in Utrecht. En dat gevoel ontbrak tot dan door de vele arrestaties en de oorlog in Syrië.”

Een van de belangrijkste dingen die hij in Utrecht merkte, was dat de stad en de gemeente hem voldoende ruimte en tijd gaven om de taal te leren, zijn studie voort te zetten en zelf zijn toekomst te kiezen. Akram herinnert zich zijn eerste ontmoeting met zijn contactpersoon in de gemeente Utrecht: “Nadat ze over mijn activiteiten en toekomstplannen in Nederland gehoord had, benadrukte zij dat Utrecht trots kon zijn dat ik een van haar bewoners zou zijn. Dat gaf mij vertrouwen.”

 Zodra ik aankwam op het station van Utrecht, voelde ik mij opgelucht dat ik thuis was. Vooral omdat ik mij altijd veilig voelde in Utrecht. 

Akram Saud

Later moest Akram voor zijn studie naar Rotterdam verhuizen. “Utrecht en Rotterdam zijn heel verschillend. De eerste periode in Rotterdam was moeilijk. De inwoners van Rotterdam zijn gesloten en er is polarisatie in de stad. Ook heeft de gemeente weinig tijd voor nieuwkomers.” Maar al snel begonnen de gevoelens van Akram tegenover Rotterdam te veranderen: “Door mijn universitaire studie ging ik terug naar de geschiedenis van de stad van voor de oorlog en leerde ik hoe het daarna werd herbouwd. Mijn studie bracht mij dichter bij Rotterdam.”

Een jaar later voelt Akram zich er nog niet helemaal thuis. Maar voor hem is de stad nu wel een voorbeeld van verzoening met het verleden geworden. Het geeft hem hoop voor de toekomst. Hij vergelijkt het lot van de stad met het lot van de stad Aleppo: “Als ik Rotterdam zie, voel ik vreugde en opluchting. We zullen in staat zijn om het te herstellen. Aleppo zal net zo herbouwd kunnen worden zoals in Rotterdam is gebeurd. Maar misschien met grotere zorg dat we meer trouw zijn aan de geest en de geschiedenis van de stad.  Als je naar Rotterdam kijkt, zie je dat niets onmogelijk is.”

Osama Alloush (31 jaar, docent filosofie) woont nu ruim een jaar in Zwolle. De stad is zijn thuis geworden. “Zwolle is een rustige, georganiseerde en schone stad. Er zijn geen problemen en je ruikt bijvoorbeeld geen hasj. Bovendien zorgt Zwolle voor haar erfgoed. Ze heeft een beetje een conservatieve identiteit waar ze trots op is. Dat lijkt op wie ik ben.”

Vanaf het begin wilde Osama dichter bij de stad komen om haar te leren kennen, in plaats van te wachten tot de stad naar hem toekwam. “Als je om de stad geeft, zal de stad je interesse wekken. En je zult zien dat de stad dat teruggeeft.”

Osama kwam twee jaar geleden naar Nederland. Hij schrijft poëzie. Met een van zijn gedichten over Zwolle won hij een wedstrijd. Het gedicht werd gepubliceerd in een boek. Het is een poëtisch portret van zijn relatie met de stad. “In het begin kende ik niemand in Zwolle, ik was bang om te gaan winkelen, maar toen ik haar mensen ontmoette, was het alsof ik mijn wortels in haar grond begon te laten groeien, en ik deed dit rustig en volhardend, toen begon ik mezelf een deel van de stad en haar identiteit te voelen.”

“Als je om de stad geeft, zal de stad je interesse wekken. En je zult zien dat de stad dat teruggeeft.”

Osama Alloush

Een van de mooiste relaties die Osama in Zwolle heeft opgebouwd, is die met de Nederlandse dichter Trijntje Gosker. Zij hielp hem vrijwillig tijdens wekelijkse ontmoetingen in de stadskamer. “Trijntje heeft me geholpen de logica van het Nederlandse denken te begrijpen en poëtische beelden te schrijven die geschikt zijn voor deze taal. Eerst hielp ze mij om het gedicht in de Nederlandse taal te herschrijven en nu geeft ze alleen nog advies. Ik ben trots op wat ik heb bereikt door haar steun.”

Osama is erg blij met Zwolle, daarom denkt hij er nooit aan de stad te verlaten. "De meeste nieuwkomers in de stad wonen er graag. Kijk eens naar de schrijvers Rodaan Al Galidi en Kader Abdolah. Zwolle houdt van mensen die haar aandacht geven en van de vreemdelingen.”

Ammar (31 jaar, programmeur) woont vier jaar in Nederland. Hij voelt zich hier thuis. Hij voelde zich welkom, zelfs in zijn eerste tijdelijke kampen: “Veel aardige Nederlanders bezochten ons. Ze leken mij vriendelijke mensen. Vandaag ben ik nog steeds bevriend met deze mensen die ik in deze moeilijke tijd heb leren kennen.”

Een van de meest invloedrijke gebeurtenissen voor Ammar was toen een vrijwilliger in het tijdelijk kamp in de buurt van Roosendaal hem een gitaar gaf. Hij herinnert het zich nog steeds. “Ik vertelde hem dat ik goed was in gitaarspelen, en de volgende dag bracht hij twee gitaren en gaf ze aan mij en mijn vriend. Dit raakte mij enorm en gaf mij het gevoel dat ik bij een familie hoorde. Vooral omdat de soldaten van het Assad-regime mijn gitaar hadden gestolen in Syrië in een van hun campagnes tegen ons huis op het platteland van Damascus.”

Ik voel mij helemaal niet eenzaam of vervreemd. Ik heb veel Nederlandse vrienden in mijn leven en zij steunen mij constant. Ik ben erg trots op mezelf en op hen. In Tilburg ben ik thuis”.

Ammar

Drie maanden na zijn aankomst in Nederland werd Ammar overgeplaatst naar een van de tijdelijke kampen in Tilburg. Daarna verliet hij de stad niet meer. “De gemeente Tilburg verzocht ons te blijven, ze zouden ons een huis geven. Dus ik hoefde niet meer te verhuizen. Hierdoor voelde ik mij verbonden met de stad en haar mensen. Vooral toen een wethouder mij uitnodigde om een voetbalwedstrijd met hem bij te wonen. Nadat ik alles verloren had in Syrië, voelde ik dat ik hier een toekomst had.”

Na het leren van de Nederlandse taal, zette Amar zijn passie voor programmeren voort. Hij kreeg verschillende soorten banen en werkt nu als programmeur bij de NS.

Op zijn vrije dagen loopt hij in het centrum van Tilburg waar hij veel mensen ontmoet die hij kent. Om vervolgens “mijn Nederlandse moeder” te bezoeken, zoals Amar haar noemt. “Ik voel mij helemaal niet eenzaam of vervreemd. Ik heb veel Nederlandse vrienden in mijn leven en zij steunen mij constant. Ik ben erg trots op mezelf en op hen. In Tilburg ben ik thuis”.