Het is in een ver verleden, jaren geleden. In een land ver van Nederland: Syrië. Je bent misschien laat in de ochtend wakker geworden, haastig naar je werk gegaan en bang om de bus niet te halen.

Je buurman heeft zoals gewoonlijk geen haast. Hij drinkt zijn ochtendkoffie op het balkon en luistert naar de liedjes die hem energie geven om zijn zware dag het hoofd te bieden. Meestal is Fairouz degene die aan zijn dag een heerlijke smaak geeft, terwijl ze over de trekvogels zingt. De vogels brengen haar verlangens naar haar verre geliefde.

Na het werk kijk je naar het nieuws over verre en nabije landen die lijden onder de pijn van oorlog. Je raakt van streek en voelt woede en medeleven met de vluchtelingen en de slachtoffers. Verwoeste huizen en steden die niet langer leefbaar zijn. Kinderen, vrouwen en mannen laten alles achter op zoek naar veiligheid. En je vraagt ​​je af: waarom besteedt de mens jarenlang aan het bouwen van al deze huizen en beschavingen en aan het baren van deze prachtige kinderen, zolang hij dat allemaal zonder het schuldgevoel zal vernietigen? Maar je merkt dankbaar dat je veilig in je eigen huis voor het scherm zit. En je kan niet bedenken dat jij het nieuws zal worden waar alle nieuwszenders ter wereld over zullen praten.

Op je werk ontmoet je je Iraakse vriend die vanuit het mooie Bagdad naar jouw land is gekomen om aan de dood te ontsnappen. Je tikt zachtjes op zijn schouders en vertelt hem dat hij hier welkom is. En dat hij nu veilig is, want dit land leeft in vrede en er is geen oorlog.

En als je soms bang bent dat deze vrede niet eeuwig zal duren, probeer je deze gedachten uit je hoofd te schoppen. Je probeert er niet aan te denken dat het mogelijk zou zijn dat een oorlog niet beperkt zal blijven tot je buurlanden. Dat het niet zal stoppen bij de grenzen van jouw land, maar zal draaien en draaien totdat het alles eromheen vernietigt. Het regime in jouw land zegt altijd dat het van vrede houdt, ook al zijn de pleinen en straten gevuld met slogans over de noodlottige strijd tegen de externe vijand. Je weet met zekerheid dat de legers van het Midden-Oosten niet hun eigen volken zullen bevechten. Je weet met zekerheid dat de legers van het Midden-Oosten alleen hun eigen volken zullen bevechten. Maar je wilt niet toegeven dat dit kan gebeuren. En dan is je grote angst werkelijkheid geworden. De oorlog van het regime tegen het eigen volk is begonnen.

De enige zekerheid in de wereld is dat er geen zekerheid is.

Je hoopt dat de oorlog niet lang in je land zal blijven en jou niet zal bereiken. Dan komt het nieuws dat autobommen ontploffen in de naburige stad. Dat veldslagen en bombardementen een grote stad als Homs hebben verwoest. Het bombardement bereikt jouw stad en je volgt het nieuws. Je bidt tot God dat het jouw buurt niet zal bereiken. Je herinnert je je zelfverzekerde gesprek met je Iraakse vriend over vrede. Plots klopt de oorlog aan je deur. Je laat alles achter en wilt een plek bereiken die veilig is. Ver weg van oorlog.

Eindelijk ben je in een veilig land waar de bewoners van vrede genieten. Een land dat decennia geleden de bladzijde van oorlog in haar geschiedenis omsloeg. Vluchtelingen zoals jij bidden altijd tot God om dit land veilig te houden. Oorlogsvluchtelingen weten heel goed wat oorlog betekent en wat vrede betekent. Ze weten dat de toespraken van alle leiders over hun liefde voor vrede en het behoud van de wereldvrede niets anders zijn dan een tijdelijke vertraging voordat de oorlogen beginnen.

Maar je zegt: nou, ik ben nu hier en ik moet opnieuw beginnen. De mensen helpen je hier ook bij je eerste stappen. Een van hen tikt zachtjes op je schouder om te zeggen dat je je geen zorgen meer hoeft te maken, je bent in een veilig land. Maar weet hij dat zeker?

De enige zekerheid in de wereld is dat er geen zekerheid is. Je liet het wiel van de oorlog achter je draaien terwijl het probeert andere landen binnen te komen. Denkt hij dat als we het daar laten ronddraaien, het hier niet zal komen?