dt met JP

Wanneer gebruik je een apostrof?

NTR

We zijn in Nederland dol op de apostrof, het leesteken dat aangeeft dat iets weggelaten is.

Zo dol, dat we dit weglatingsteken nogal eens verkeerd inzetten, vooral wanneer de bezits-s aan een woord geplakt wordt.

Daarom vandaag voor eens en voor altijd een antwoord op de vraag: wanneer schrijf je een s vast aan een woord en wanneer gebruik je een apostrof?

De basisregel is heel simpel: je schrijft de -s in principe altijd vast aan het grondwoord. Dus: moeders tas, Miekes bureau, Bordeauxs burgemeester, Disneys animaties en Aimés appartement.

Er zijn twee uitzonderingen:
1 : eindigt het woord op één lange klinker zonder accent, dan gebruiken we een apostrof. Dus: Hanna’s auto en Romeo’s motor.
2: eindigt het woord op een sisklant, dan plaatsen we ook een apostrof maar dan zonder bezits -s natuurlijk. Dus: Marquez’ roman, McDonald’s’ hamburgers en Battus’ boek.

Onthoud daarom: is de klinker lang of hoor je een sis, apostrof it is!

net zoiets